dinsdag 11 december 2012

Het Sprookjesboek, deel zes/slot


December 2011

Mijn kerstgevoel is weer vér te zoeken. Ondanks de muziek op de radio, de opgetuigde boom in de kamer en de feestelijke verlichting in de straten. Met mijn jas open vanwege de hoge temperatuur, wandel ik door de stad. Kerstkadootjes kopen terwijl ik het gevoel heb dat de lente in aantocht is. Gisteren zag ik in de tuin al hyacinten hun kopjes opsteken! Dit jaar vieren we kerst bij onze oudste zoon. Gisteren heb ik samen met mijn schoondochter de boodschappen al in huis gehaald. Toch zal deze kerst anders dan voorgaande jaren zijn. Voor het eerst sinds het overlijden van mijn moeder, zal mijn vader de kerstdagen weer gezamenlijk met ons vieren. Daar verheug ik me dan weer wel op! We hebben hem gemist, net zoals we mijn moeder gemist hebben. Het leek wel alsof ze er allebei niet meer waren! Ik glimlach in mezelf, “zit je nu te stralen op je wolkje, mam?”

De ene na de andere winkel wandel ik in, op zoek naar iets voor onze dochter. Ach, het gaat niet om de kado's het gaat om de saamhorigheid die we voelen, als gezin. Die pakjes onder de boom zijn voor de gezelligheid! Zelfs onze kleindochter van 4 heeft dat gevoel al. Ze vind het heerlijk om kadootjes uit te delen en mee te helpen met uit pakken, daar legt ze zelfs haar eigen kadootjes even voor apart. Als ik aan haar denk, overstroomt me een groot geluksgevoel. Wat zijn we toch rijk met ons prachtige gezin.  Wat wil een mens nou nog meer? Binnen drie kwartier heb ik gevonden wat ik zocht en kan ik terug naar huis.

Ik betrap me erop dat ik een kerstliedje mee neurie, terwijl ik de kadootjes voorzie van een glanzend papiertje. Ik kijk de kamer rond en voel me tevreden. Op de kast het kerstdorpje dat ik in de loop van 33 jaar verzameld heb. Het pronkstuk is natuurlijk het houten kerkje dat mijn vader gemaakt heeft. Ik zie hem nog bezig, aan de keukentafel. Met een figuurzaag en plaatjes triplex. Onder zijn vaardige handen ontstond een prachtig kerkje en ik verheugde me op kerstavond, het moment waarop we de kerstboom op gingen tuigen en het kerkje een prominent plekje zou krijgen. Na jaren van kartonnen kerkjes zou dit een blijvend exemplaar worden. Inmiddels maakt dit kerkje al weer jaren deel uit van mijn verzameling. Onze kleindochter kan er niet genoeg naar kijken en streelt met haar kleine handje over de treetjes van het rode trapje.
“Mag ik er een popje bij zetten, oma?”
Natuurlijk mag dat en ze plaatst een minuscuul klein figuurtje bij de kleine deurtjes.
“Dat ben ik hè, oma? Ik ben de prinses en ik ga in dat mooie kerkje trouwen.”Haar fantasie kent nog geen grenzen.
“Lees jij zo een sprookje voor? Dat verhaal van “Sarah” wil ik horen!”
Ik weet wat ze bedoelt, het verhaal over “De sneeuwbol” dat ik vorig jaar geschreven heb. Samen kruipen we op de bank, haar beentjes opgetrokken, haar hoofdje tegen mijn arm. De lampjes in de kerstboom werpen een zachte gloed over haar zwarte haartjes en ik voel zo'n wonderlijk sterke band met dit kind. Het kind van mijn kind. Aan de zwaarte van haar hoofdje voel ik dat ze in slaap is gevallen en ik streel haar zijdezachte huid. Voorzichtig, om haar niet te wekken, laat ik haar langzaam tegen het kussen glijden en sla de gebloemde plaid over haar heen. Haar handje, dat mooie bruine knuistje met die aandoenlijk roze handpalm, hangt ontspannen over de rand van de bank. Op de radio hoor ik een bekend melodietje voorbij komen en juist dat deuntje herinnert me weer aan vervlogen kerstfeesten. Het riedeltje dat  gefloten wordt, lijkt precies op de manier waarop mijn vader fluit. Ooit zeiden mijn zus en ik tegen elkaar; “Als pa er niet meer is, horen we elk jaar met kerst tóch zijn fluitje nog!”
Vreemd dat je eigenlijk achteraf pas weet hoe gelukkig je toen was. Ik sluit het moment van nu in mijn hart, ik weet nu, op dit moment, dat ik gelukkig ben!

Opeens vraag ik me af waar ik toch mijn oude sprookjesboek gelaten heb en ik verdwijn naar boven. Op de logeerkamer hangen een aantal planken aan de muur, afgeladen met boeken. Alles staat kriskras door elkaar maar naast “Sprookjes van moeder de gans” ontwaar ik de half verteerde wit lederen band van mijn oude boek. Voorzichtig probeer ik het tussen de andere boeken vandaan te trekken maar meteen schuiven de fotoalbums die ernaast staan, mee de grond op. “Toe maar...nog meer rommel om op te ruimen!” Ik laat ze maar even liggen en ga op de rand van het kleine bed zitten, het boek op mijn schoot. Voorzichtig sla ik de beduimelde pagina's om op zoek naar de prachtige gekleurde prenten. “Het meisje met de zwavelstokjes”  en  “De rozenelf”. Ik verlies mezelf in de verhalen en ben weer even dat kind van toen. Een kleine stem van beneden brengt me weer terug in het heden. Het boek blijft achter op het kleine bed.

Op weg naar het kerstfeest op school, herinnert de kleine zich dat we het verhaal niet af gemaakt  hebben. “Morgen, schatje, morgen verteld oma het sprookje nog een keer!” Met haar kleine hand in de mijne betreden we het versierde klaslokaal. Op elke tafel staat een zelfgemaakt lantaarntje, gekleurd papier achter de venstertjes geplakt. Een lichtje op elke tafel, 20 glunderende snuitjes. Glanzende kinderogen, hun opgewonden stemmen klinken door de klas. En dan weet ik het, dit is kerstmis!!
Die nacht verschijnen ze in mijn droom, hand in hand. Zij draagt een donkerrode fluwelen cape, afgezet met bont. De capuchon half over haar kastanjebruine krullen, lachende groen/bruine ogen. Zijn lange jas hangt open en de panden wapperen in de wind, als vleugels verrijzen ze achter zijn rug omhoog. De hoed heeft hij in zijn andere hand. Op de achtergrond klinkt muziek en ze wenken me om samen met hen te dansen. Hun handen raken de mijne en er is blijdschap in mijn hart. Dan gaan we op het bankje aan de rand van het plein zitten. De lantaarns werpen met hun gelige licht, kringen op de keien. De man kijkt me aan met zijn stralende blauwe ogen, hij glimlacht en streelt mijn gezicht.
“Begrijp je het nu?” vraagt hij.
“Nee, ik begrijp er helemaal niks van!”
“Begrijp je niet dat het pad gevolgd hebt dat voor jou bedoeld was? Je moeder begreep het wel!”
Ik kijk in haar prachtige ogen en zie de liefde die ik zo node mis. Ze lacht naar me en wijst op het boek dat op haar schoot ligt. Het is mijn oude sprookjesboek. En dan begrijp ik het! Zij hebben mijn liefde voor verhalen gevoed door me te laten lezen. Mijn fantasie geprikkeld en me laten geloven in sprookjes. Op mijn schoot ligt een nieuw boek, wit leren kaft met gouden letters “Sprookjes van Marianna”. De eerste pagina’s zijn al gevuld met mijn eigen verhalen en prachtige prenten waarin ik de hand van de kunstenaar herken; mijn vader!
Een mooier kerstgeschenk had ik niet kunnen krijgen, mijn eigen kerst-engelen gaven me de moed en inspiratie om te schrijven en ooit....ooit ligt mijn sprookjesboek onder de boom. 

Dit verhaal draag ik op aan mijn moeder; Teuntje Helena Hofstede 17/02/1939 - 11/04/2008