Deel 5
December 2008
Terwijl ik sta te wachten op het pontje dat me naar de
overkant zal brengen, druppen de tranen over mijn wangen. Op de radio
kerstmuziek, “Driving home for Christmas”. Met een resoluut gebaar druk ik op
de knop zodat hij er het zwijgen toe doet. Géén kerstmuziek en al helemaal niet
dit nummer, niet nu op dit moment! Het rimpelende water van de rivier en de
kleur van de hemel weerspiegelen mijn gevoel; grijs! Zo voel ik me al maanden,
sinds de dag dat 'mijn zon' onderging. Aan de overkant van de rivier wacht een
leeg huis op mijn bezoek. De laatste kilometer lijkt wel geplaveid met
glasscherven. Elke meter is een worsteling, een martelgang. Als ik het pad
opdraai dat naar mijn ouderlijk huis voert, krijg ik het gevoel dat ik stik.
Stik in de tranen die ik niet meer kan huilen. Ik wil niet uit de auto stappen,
ik kan niet naar binnen. De voordeur gaat open en mijn vader stapt naar buiten.
Hij heeft me al gehoord. Als ik naar hem kijk, breekt mijn hart in duizend
stukken. Hij loopt het tuinpad af om me te begroeten, zijn gang is wat onzeker
alsof de grond onder zijn voeten niet meer zo stevig is als voorheen.
In de stille, koude keuken staat een doos op tafel. Daar ben
ik voor gekomen. We kijken elkaar aan, hij en ik, weten even niets te zeggen.
Dat hoeft ook niet, we weten het allebei. Niets wordt ooit nog hetzelfde!
“Zal ik koffie zetten?”
Ik knik met dichtgeknepen keel en ga voorzichtig zitten op
mijn oude plekje naast de kachel.
Als hij met de twee kopjes koffie naar de tafel loopt zie ik
zijn handen beven, niet omdat hij ouder wordt, het is pure emotie die door zijn
stoere lijf raast. Ook hij gaat op zijn vertrouwde plaats zitten, de stoel van
mijn moeder blijft leeg. Zonder te spreken roeren we allebei in onze koffie en
stellen het moment uit. Ik krijg geen slok naar binnen en zet het kopje terug
op de schotel.
“Zal ik dan maar kijken wat je in die doos hebt gedaan?”
Het lijkt wel alsof ik in een vertraagde filmopname speel,
het lijkt eeuwig te duren voordat mijn hand de flap karton weggetrokken heeft
en de inhoud van de doos zichtbaar wordt.
Een snik welt op en ik slik hem terug. Bovenop liggen wat
stoffen Kerstspulletjes die ik ooit voor mijn moeder gemaakt heb, een krans en
een kaarten-lint. Daaronder een doosje waarin zilveren klokjes en kleine glazen
engeltjes,die flonkerend het licht vangen. Mijn hand trilt als ik ze eruit til.
“Die heb ik samen met mama gekocht!” Hij knikt.
De ene na de andere herinnering haal ik uit de doos en
koester ik in mijn handen. Totdat ik op de bodem van de doos een pakje zie
liggen, omwikkeld met papier. Het voelt zwaar aan, als een boek. Als ik het
papier eraf haal weet ik wat ik in mijn handen heb. “Sprookjes van Andersen”
staat er in verbleekte gouden letters op de beschadigde, vuil witte kaft.
Hij kijkt me aan en ik zie de tranen in zijn ogen. We denken
allebei op hetzelfde moment terug aan die kerst, lang geleden. Toen alles
anders was. Ik strijk met mijn hand over het bijna vergane leer. Aangetast door
de tijd en door smoezelige kinderhanden die het telkens weer aangeraakt hadden.
Dan eindelijk, na 44 jaar stel ik de vraag.
“Van wie heb ik dat boek nou eigenlijk gekregen, pa?”
Een vage glimlach glijd over zijn gezicht en zijn ogen krijgen
een dromerige uitdrukking, zijn geest vliegt even terug naar 1964.
“Je moeder had een afspraak met de boekhandelaar. Ze
betaalde elke week een klein bedrag en hij zou het bewaren totdat ze het
gehele bedrag betaald had.”
Ik herinner me opeens die zaterdag!
Hij verteld verder;
“We hadden zó weinig geld en soms kon ze dan een andere
winkelier niet betalen omdat ze zo graag dat boek voor je wilde kopen. Ze
spaarde zegeltjes en legde elke cent apart!”
Ik sluit mijn ogen en zie mijn moeder zoals ze was, toen!
Haar prachtige kastanjebruine krullen en de lieve groen/bruine ogen. Haar
handen die mijn lange haren borstelden en me troosten als ik verdrietig was.
Haar stem die de verhaaltjes voorlas als ik diep onder de dekens weggedoken
lag. Ze buitelen door mijn hoofd, die fijne herinneringen, het gevoel van
geborgenheid en de liefde, vooral de liefde!!
“We redde het niet, het was niet genoeg en vlak voor kerst
is ze toen naar de boekenwinkel gegaan om te vragen of ze de rest later af
mocht betalen. Ik vergeet nooit meer het moment dat ze thuis kwam, mét het
boek! Haar gezicht straalde en ze was helemaal gelukkig! Iemand, vraag me niet
wie, had de rest van het boek betaald. Het lag al ingepakt op haar te wachten
toen ze in de winkel kwam.”
Nu begrijp ik hun beetje vreemde gedrag van toen, ze wisten
allebei niet wie de gulle gever geweest was. Het beeld van de man met de hoed
flits door mijn gedachten; “Het zal toch niet?”
Mijn vader staat op en helpt me de spulletjes weer in te
pakken. Onze handen raken elkaar en hij houdt de mijne even vast. De vraag
brandt op mijn lippen;
“Kom je naar ons toe met kerst, pa?”
Hij schud zijn hoofd en schraapt zijn keel.
“Nee meisje, ik blijf thuis. Hier, samen met haar.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten