zondag 9 december 2012

Het Sprookjesboek, deel 4


December 1968.

Nog steeds ben ik er niet aan gewent dat ik nu een slaapkamer boven heb. Ons vorige huis was 4 kamer benedenwoning, het pand had nog twee verdiepingen en op de bovenste woonde mijn vriendinnetje Truus. Als ik of wij wilden spelen dan riepen we elkaar gewoon. Ik ging in de tuin staan of zij op het balkon.  Maar de badkamer in ons nieuwe huis is een soort wonder met een lavet. Heel iets anders dan de tot douche omgetoverde inbouwkast in de keuken.

 Sinds drie maanden wonen we in een klein dorpje aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug en ik mis de stad! De mensen hier praten raar, soms kan ik ze niet eens verstaan! Ze begrijpen mij ook vaak niet als ik om krootjes of blikzult vraag, dan moet ik het aanwijzen en lachen ze me uit! Het huis is wel fijn met een voor- en achtertuin en een boven- en zolderverdieping maar de rest vind ik maar niks! Ook mis ik mijn oude school en vriendinnetjes. Op de nieuwe school zitten jongens en meisjes samen in één klas. Op mijn vorige school zaten de jongens boven en de meisjes beneden, we speelden ook niet tegelijkertijd op het ommuurde schoolplein. Alles is hier anders!

Volgens mijn moeder is het hier beter, gezonder dan in de stad want we wonen nu vlak bij het bos. Het is ook beter voor mijn broertje en zusje maar ik weet dat mijn moeder ook naar de stad verlangt, soms huilt ze. Vaak kruip ik dan maar in mijn stoeltje bij het raam met een boek op schoot, als ik lees heb ik geen heimwee. Als ik lees ben ik niet meer “hier”! Wat wel fijn is, ik mag hier alleen naar de bibliotheek want die is vlakbij, gewoon tussen wat heggen door, achter wat huizen langs. Dus ik ga elke woensdagavond naar 'de bieb' en mag dan 3 boeken meenemen. Ik lees ze allemaal! Het liefste natuurlijk sprookjesboeken; Sprookjes van Grimm maar ook andere verhalen. Ik hou van lezen!

“Wil jij de taart even ophalen bij de bakker?”
Het kost me moeite om mezelf los te rukken uit het spannende verhaal en ik heb dan ook helemaal géén zin om die taart op te gaan halen. Morgen is het 13 december en is mijn zusje jarig.  Twee jaar wordt ze! Het is mistig en miezerig weer en al vroeg donker. Met tegenzin trek ik mijn jas aan en neem het geld van mijn moeder aan. Ze ziet er een beetje verhit uit. Op het gasstel staat het avondeten al klaar en in de huiskamer een strijkplank met een berg kleren in de mand ernaast. Dat is het klusje voor vanavond! Als de kleintjes op bed liggen en de afwas gedaan gaat ze strijken en vaak is het al laat voordat ze eindelijk kan gaan slapen. Mijn vader komt deze week niet thuis, hij is op bivak maar als hij dan thuis komt heeft ie weer een hele plunjezak vol vuile kleren bij zich. Wéér wassen en strijken!

 De bakkerij zit aan het einde van de straat en grenst aan het schoolplein. Tijdens de pauze sta ik vaak bij het hek zodat ik in de bakkerij kan kijken en zie de grote mengmachine's draaien waarin het deeg voor de broden gekneed wordt. De mist is nog dikker geworden en fijne nevel-druppeltjes plakken op mijn gezicht.  Ik heb een hekel aan dit weer, je kan bijna niks zien! Snel loop ik richting de bakkerij en huiver bij de gedachte dat ik langs het donkere schoolgebouw moet, het plein ligt er verlaten en spookachtig bij. Dan hoor ik ze, de voetstappen achter me en ik kijk schichtig achterom. Natuurlijk zie ik niks en ik ga sneller lopen. Ook de voetstappen achter me versnellen en bijna buiten adem kom ik bij de achteringang van de bakkerij aan. Ik kijk nog een keertje achterom maar weer niks te zien. Dan stap ik de warme bakkerij binnen, ze zijn alweer druk aan het werk het is immers bijna kerstmis en er wordt veel gebakken in deze tijd. Het ruikt er heerlijk naar kaneel en rozijnen en overal staan grote bakplaten klaar met broden.  De bakkersknecht overhandigt me een grote witte doos waarin de taart. Ik zal voorzichtig moeten lopen! Een beetje angstig begin ik aan de terugweg, de grote doos voor me uit houdend. In elke schaduw meen ik mijn achtervolger te herkennen. Ter hoogte van het schoolplein hoor ik ze weer! De voetstappen. Mijn hart bonst in mijn keel maar ik durf niet harder te gaan lopen. Stel je voor dat ik de taart laat vallen! In het wazige licht van de straatlantaarn aan de overkant van de straat,  meen ik iemand te zien staan. Een man met een lange jas en een hoed op zijn hoofd. Opeens herinner ik me mijn droom van lang geleden. Zou hij het weer zijn? Het is moeilijk om hem goed te kunnen zien maar hij lijkt er wel erg veel op. Opeens ben ik ook niet bang meer. In het voorbijgaan tikt hij met zijn hand aan de rand van zijn hoed en ik glimlach.

24 december 1968.

Samen met mijn vader sta ik in de voortuin. We hebben de kerstboom samen opgetuigd en kijken nu door het raam naar binnen om te kijken “hoe die staat”. De gekleurde lampjes flonkeren in de verder bijna donkere kamer. Genietend druk ik me tegen hem aan en hij slaat zijn arm om me heen.
“Mooi hè, lieverd?!”
Ik knik en voel me blij van binnen. Wij hebben de mooiste kerstboom van de héle wereld! Ondanks mijn heimwee naar de stad, naar mijn opa's en oma's ben ik toch gelukkig. We zijn samen en het is bijna kerst.