maandag 12 november 2012

De Sneeuwbol ( een kerstverhaal in vijf delen)


Een wintervertelling, `De Sneeuwbol`


“Getver, wat is het koud!” De noord-oostenwind snijd met felle vlagen dwars door mijn omgeslagen sjaal, mijn oren tintelen al.  Met stijve vingers van de kou en het krabben van de autoruiten, probeer ik mijn sleutel in het slot van het portier te wurmen. Na twee pogingen geef ik het op, bevroren! Gelukkig heb ik deze keer het flesje slot-ontdooier in mijn tas en niet in het dashboardkastje van mijn auto liggen! Twee keer prutsen later kan ik eindelijk de auto-deur openen. De loodgrijze lucht voorspelt eigenlijk niet veel goeds, dat wordt sneeuw ruimen! Toch wil ik nog snel even naar de stad om een schoenkadootje voor onze kleindochter te halen. Nog één keer dat snuitje zien als er een pakje bij de open haard ligt, de verrassing, de verwondering...maandag is het weer voorbij, dan vertrekt de Sint weer naar Spanje en komt de kerstversiering weer tevoorschijn. Inmiddels zijn mijn ruiten aan de binnenkant ook ontdooit en is de temperatuur in de auto aangenaam, ik kan mijn sjaal weer afdoen. Ik mag trouwens wel opschieten, het loopt tegen drieën en om vijf uur sluiten de winkels hun deuren. Als ik de snelweg opdraai, dwarrelen de eerste sneeuwvlokjes naar beneden.

Nog voor ik vijf kilometer verder ben, zijn de kleine vlokjes veranderd in grote vlokken die, mede door de harde wind, als een woedende zwerm bijen tegen mijn voorruit kletsen, de ruitenwissers draaien overuren. Al snel is het zwarte asfalt veranderd in een wit lint waar slechts een enkel spoor in gereden is. De meeste mensen zagen dit weer aankomen en hebben besloten thuis te blijven, op een enkele idioot na.....Dankzij de vooruitziende blik van mijn echtgenoot heb ik winterbanden onder mijn autootje en is het rijden minder glibberig dan ik verwacht, na een klein halfuur ontwaar ik de borden dat ik de afslag nader.  Een groot voordeel van dit weer en het late tijdstip is, dat ik nauwelijks moeite hoef te doen om een parkeerplaats te vinden dichtbij het centrum. Zodra ik het portier van mijn auto open, rukt de wind het bijna uit mijn handen en prikken de sneeuwvlokken in mijn gezicht. Snel wikkel ik de sjaal weer rond mijn gezicht, alleen de ogen vrijgelaten...wel zo makkelijk als ik nog een beetje kan zien waar ik loop, correctie...glibber!

De winkelstraat ziet er verlaten uit, ondanks de uitnodigende etalages en feestverlichting.  De wind heeft vrij spel in de brede straat en jaagt de sneeuw op hopen, de vlokken draaiend als ballet-danseresjes.  Ik zet snel koers richting speelgoedwinkel, helaas, ondanks het feit dat alle lampen nog aan zijn, is de deur op slot. Wat nu? Ik herinner me dat er aan het einde van de winkelstraat nóg een winkel is waar speelgoed verkocht wordt en trotseer de harde wind en de jagende sneeuwvlokken, in de hoop dat ze daar niet vervroegd gesloten zijn. Onderweg kom ik nog een enkeling tegen die, nét als ik, op jacht is naar wat verlate Sint-kado's of misschien gewoon onderweg naar huis is. Het lijkt wel alsof de vlokken steeds dikker worden want ik kan nauwelijks een meter voor me uit kijken, de voorkant van mijn jas is al helemaal wit en mijn adem doet de sneeuw op mijn sjaal smelten. Voorover gebogen worstel ik me tegen de wind in naar het einde van de straat als ik links van mij opeens in een smal zijstraatje een helder verlichte etalage ontwaar. Ik herinner me niet dat er in dit straatje een winkel zit maar misschien heb ik er ook nooit écht op gelet.

De etalage ligt vol met kleurige kerstversiering , ik besluit om naar binnen te gaan. Bij het openen van de deur, klinkt een helder belletje en als ik omhoog kijk zie ik een ouderwetse winkelbel van koper, blinkend gepoetst. De warmte binnen is bijna nét zo overweldigend als het assortiment kerstballen en al snel drupt de gesmolten sneeuw van mijn jas en schoenen, om in kleine plasjes op de houten vloer te belanden. Mijn ogen dwalen over de uitgestalde pracht, kerstversiering die ik alleen nog vanuit mijn jeugd herken. Paddenstoelen van glas, rood met witte stipjes. Kerkjes en huisjes, gedecoreerd met glinsterende sneeuwvlokjes. Kleine belletjes in pasteltinten met échte klepeltjes, zodat ze bij het aanraken van de kerstboom hun klingelende toontjes laten horen. Gazen engeltjes met tere vleugels alsof ze rechtstreeks vanuit de hemel neergedaald zijn.

Achterin de winkel ontdek ik een kleine toonbank waarnaast een “juffrouw” staat, ze kan zó uit een jaren zestig modeblad zijn weggelopen! Haar kastanjebruine haar opgestoken in een “Grace-Kelly rol”, het twinset in een cognac bruine tint op een pepita-ruitje kokerrok. Op e.o.a. manier doet ze me aan mijn moeder denken, de kleding, de haardracht. Ik schud mijn hoofd: “Doe niet zo raar!” Ze kijkt me vriendelijk aan en knikt ter begroeting. Ik wandel de winkel rond die verrassend ruim is, groter dan je zou vermoeden achter het kleine etalageraam. Één wand van het pand is volledig ingenomen door een verzameling kerststallen. Van miniatuur, formaat luciferdoosje, tot levensgroot. De kerstgroepen zijn prachtig om te zien. Maar onherroepelijk wordt mijn blik naar een tafel getrokken waarop  sneeuwbollen staan. Zo'n grote verscheidenheid heb ik nog nooit gezien! Voorzichtig, om niets om te stoten, reik ik met mijn hand naar de grootste bol die op het midden van de tafel staat. Hij is zeker de maat van een flinke kokosnoot. Meteen staat de winkeljuffrouw naast me en met een zachte lispelende stem bied ze aan om de bol voor me te pakken. Ik knik.
Met  haar zorgvuldig gemanicuurde handen, zonder ringen, pakt ze voorzichtig de grote glazen bol en tilt hem, met een eerbiedige zwaai, over de andere bollen heen. Mijn ogen volgen de bol onafgebroken. Hij glanst en schittert in het heldere licht.

In het midden van de bol staat slechts een enkele kerstboom, gedetailleerd tot in de kleinste finesses. Bovenop de top, een ster van goud. Door de beweging dwarrelen al enkele sneeuwvlokjes rond de takken van het boompje, waar ze blijven liggen als een belofte van wat komen gaat. Het voetstuk waarop de bol geplaatst is, is eenvoudig van glanzend gepolijst hout waaruit een koperen sleuteltje steekt. De vrouw draait aan het sleuteltje en dan vult een ijl deuntje de winkelruimte, het boompje draait traag rond en de vlokjes bewegen mee totdat de bol gevuld is met een werveling van wit. Ademloos kijk ik toe, terwijl aan de rand van mijn geheugen de herkenning zweeft.
“Dat deuntje heb ik ooit eerder gehoord!”
De vrouw kijkt me glimlachend aan en zegt; “Zal ik hem voor u inpakken?”
Bijna zeg ik “Ja” maar dan bedenk ik opeens dat ik niet weet wat de sneeuwbol kost en ik vraag haar naar de prijs. Vijftig euro!! Dàt is vér boven mijn budget, ik had zo'n beetje in de richting van tien euro gedacht, dat vind ik meer dan genoeg voor een klein kadootje. Ik schud mijn hoofd; “Nee dank u, ik ben op zoek naar een kleinigheidje voor mijn kleindochter en dit is te duur”

De eerst zo vriendelijke uitdrukking op haar gezicht verdwijnt en haar ogen zijn opeens een tint donkerder. “Weet u het zeker? Dit is het perfecte kado voor uw kleindochter!”
“Ja, ik weet het zeker!”
Mijn ogen dwalen weer over de schappen gevuld met prachtige kerstballen, stalletjes en huisjes om dan weer terug te keren naar de tafel met sneeuwbollen. Er staan ook kleinere exemplaren, zéker zo leuk, gevuld met kleine tafereeltjes die elk kind zullen aanspreken. Ik kies er één uit die, weliswaar niet zo'n mooi muziekdoosje heeft, maar toch leuk genoeg is om als schoenkadootje te fungeren. Bij het afrekenen twijfel ik nog steeds maar een blik in mijn bijna lege portemonnee is genoeg om de twijfel uit te bannen. Ik pak het briefje van tien euro en wacht op mijn wisselgeld. De juffrouw pakt het doosje zorgvuldig in en overhandigd me het pakketje met een nors gebaar. “Prettige feestdagen!” kan er nog nét af. Bij het verlaten van de winkel kijk ik nog één keer naar de prachtige bol, het lijkt wel alsof hij helderder is dan al die andere bollen, als een stralend middelpunt trekt hij alle belangstelling naar zich toe, de laatste tonen van het deuntje klinken als ik de deur achter me dichttrek.


OokInmiddels is het helemaal donker buiten, de wind is nog even koud als eerder maar de sneeuw valt in minder dikke vlokken. Ik haast me naar de auto om de rit huiswaarts te gaan maken. Steeds opnieuw dwalen mijn gedachten naar de prachtige sneeuwbol, waardoor ik de kou en de gladheid niet opmerk. Ik lijk wel betoverd!