zondag 17 april 2016

Thuis


Hijgend en steunend neemt ze de laatste drie treden van de trap. Haar hart rammelt de Radetsky mars in haar borstkas. Dit was nu precies de reden dat ze ingestemd had met de verhuizing. En eigenlijk heeft ze hier boven ook niks meer te zoeken. Alles is leeg. Drie weken geleden hadden haar schoondochters de kasten uitgeruimd. Gesorteerd en ingepakt, haar leven gereduceerd tot een paar verhuisdozen met de noodzakelijkste dingen.
Geluiden van beneden drijven naar boven, gelach en gestommel. Haar  zoons en kleinzoons die haar laatste meubelstukken in de verhuiswagen sjouwen. Slechts een linnenkast en klein meubilair want meer ging niet passen in het kleine kamertje waar ze de rest van haar dagen zou moeten slijten. De grote meubels, inclusief het antieke eikenhouten ledikant waar ze 45 jaar in had geslapen, waren al verkocht en naar hun nieuwe eigenaars verhuisd. Straks moet ze slapen in een nieuw, eenpersoons, IKEA bed.

Inmiddels is het bonken in haar borstkas wat bedaard en ze opent de deur van de voorslaapkamer. Het zonlicht stroomt door de grote ramen naar binnen en stofjes dansen schitterend in het licht. De echo's van lachende kinderstemmen en rennende voetjes vullen de ruimte en haar hoofd. Ze leunt tegen de deurpost en streelt met haar hand het geverfde hout. Ze weet precies waar ze zitten, de kerfjes op verschillende hoogtes. Ze hoeft haar ogen niet te sluiten om de herinneringen naar boven te halen. Het blonde en donkere krullenkopje, de een wat hoger dan het andere, strak tegen de deurpost.
"Wie is de grootste mama? Zijn we gegroeid?"
Ze laat de deur openstaan en grijpt de klink van de volgende deur. Hier geen zonlicht want de kamer ligt op het noorden. De grote ramen kijken uit op de weelderige achtertuin en het aangrenzende park. Met een diepe zucht stapt ze voor de laatste keer over de drempel om nog zich nog één keer heel dicht bij hem te voelen. Veertig jaar, het lijkt een heel mensenleven maar het was voorbij voor ze het besefte. Die laatste ochtend, voor hij op zijn fiets stapte om naar de werf te gaan, had hij haar nog gekust. Bij de herinnering aan die laatste kus knijpt haar hart zich met zo'n grote kracht samen dat het haar de adem beneemt. Snel duwt ze de beelden terug in haar geheugen. Niet aan denken nu...niet nu en eigenlijk liever nooit meer. Ook deze deur laat ze openstaan en weifelend legt ze de paar passen af naar de volgende deur. Een snik welt op in haar borst en met trillende hand duwt ze de klink omlaag.
De tranen in haar ogen vervormen haar zicht en even denkt ze het wiegje in de hoek te zien staan. Een wiegje met een kanten hemel, gemaakt van haar bruidssluier. Het kleine bolletje, bedekt met donkere donshaartjes, rust op een roze sloopje waar ze met liefde piepkleine roosjes op heeft geborduurd. Het wiegje heeft nooit plaats hoeven maken voor het ledikantje of een nog groter bed.

Terwijl de tranen over haar gegroefde wangen stromen neemt ze de laatste horde, nog één keer stapt ze over die drempel en staart uit het kleine raam. Het uitzicht op de tuin van de buren waarin een schommel zachtjes heen en weer beweegt. Het is alsof ze dit uitzicht nog nooit heeft gezien. "Stond dat schuurtje daar altijd al?" Ze leunt met haar voorhoofd tegen het koele raam en negeert het geroep van beneden.
"Moeder!! Kom je? We brengen je nu naar je nieuwe huis. Moeder??"

Nog voor ze antwoord kan geven hoort ze een andere stem.
"Moeder? Kom je? Ik wacht op je in je nieuwe huis!"
Verward schudt ze haar hoofd heen en weer, het bonzen van haar hart overstemd nu alle andere geluiden. Haar benen weigeren opeens dienst en ze voelt hoe de grond onder haar voeten lijkt te verdwijnen. Een straal zonlicht schijnt precies op de hoek waar het wiegje ooit stond.
"Zonlicht? De kamer ligt op het westen en het is nog ochtend!"
De Radetsky mars in haar borst maakt plaats voor een traag klokkengebeier en dan wordt het stil, heel stil.