maandag 12 november 2012

De Sneeuwbol ( een kerstverhaal in vijf delen)


Een wintervertelling, `De Sneeuwbol`


“Getver, wat is het koud!” De noord-oostenwind snijd met felle vlagen dwars door mijn omgeslagen sjaal, mijn oren tintelen al.  Met stijve vingers van de kou en het krabben van de autoruiten, probeer ik mijn sleutel in het slot van het portier te wurmen. Na twee pogingen geef ik het op, bevroren! Gelukkig heb ik deze keer het flesje slot-ontdooier in mijn tas en niet in het dashboardkastje van mijn auto liggen! Twee keer prutsen later kan ik eindelijk de auto-deur openen. De loodgrijze lucht voorspelt eigenlijk niet veel goeds, dat wordt sneeuw ruimen! Toch wil ik nog snel even naar de stad om een schoenkadootje voor onze kleindochter te halen. Nog één keer dat snuitje zien als er een pakje bij de open haard ligt, de verrassing, de verwondering...maandag is het weer voorbij, dan vertrekt de Sint weer naar Spanje en komt de kerstversiering weer tevoorschijn. Inmiddels zijn mijn ruiten aan de binnenkant ook ontdooit en is de temperatuur in de auto aangenaam, ik kan mijn sjaal weer afdoen. Ik mag trouwens wel opschieten, het loopt tegen drieën en om vijf uur sluiten de winkels hun deuren. Als ik de snelweg opdraai, dwarrelen de eerste sneeuwvlokjes naar beneden.

Nog voor ik vijf kilometer verder ben, zijn de kleine vlokjes veranderd in grote vlokken die, mede door de harde wind, als een woedende zwerm bijen tegen mijn voorruit kletsen, de ruitenwissers draaien overuren. Al snel is het zwarte asfalt veranderd in een wit lint waar slechts een enkel spoor in gereden is. De meeste mensen zagen dit weer aankomen en hebben besloten thuis te blijven, op een enkele idioot na.....Dankzij de vooruitziende blik van mijn echtgenoot heb ik winterbanden onder mijn autootje en is het rijden minder glibberig dan ik verwacht, na een klein halfuur ontwaar ik de borden dat ik de afslag nader.  Een groot voordeel van dit weer en het late tijdstip is, dat ik nauwelijks moeite hoef te doen om een parkeerplaats te vinden dichtbij het centrum. Zodra ik het portier van mijn auto open, rukt de wind het bijna uit mijn handen en prikken de sneeuwvlokken in mijn gezicht. Snel wikkel ik de sjaal weer rond mijn gezicht, alleen de ogen vrijgelaten...wel zo makkelijk als ik nog een beetje kan zien waar ik loop, correctie...glibber!

De winkelstraat ziet er verlaten uit, ondanks de uitnodigende etalages en feestverlichting.  De wind heeft vrij spel in de brede straat en jaagt de sneeuw op hopen, de vlokken draaiend als ballet-danseresjes.  Ik zet snel koers richting speelgoedwinkel, helaas, ondanks het feit dat alle lampen nog aan zijn, is de deur op slot. Wat nu? Ik herinner me dat er aan het einde van de winkelstraat nóg een winkel is waar speelgoed verkocht wordt en trotseer de harde wind en de jagende sneeuwvlokken, in de hoop dat ze daar niet vervroegd gesloten zijn. Onderweg kom ik nog een enkeling tegen die, nét als ik, op jacht is naar wat verlate Sint-kado's of misschien gewoon onderweg naar huis is. Het lijkt wel alsof de vlokken steeds dikker worden want ik kan nauwelijks een meter voor me uit kijken, de voorkant van mijn jas is al helemaal wit en mijn adem doet de sneeuw op mijn sjaal smelten. Voorover gebogen worstel ik me tegen de wind in naar het einde van de straat als ik links van mij opeens in een smal zijstraatje een helder verlichte etalage ontwaar. Ik herinner me niet dat er in dit straatje een winkel zit maar misschien heb ik er ook nooit écht op gelet.

De etalage ligt vol met kleurige kerstversiering , ik besluit om naar binnen te gaan. Bij het openen van de deur, klinkt een helder belletje en als ik omhoog kijk zie ik een ouderwetse winkelbel van koper, blinkend gepoetst. De warmte binnen is bijna nét zo overweldigend als het assortiment kerstballen en al snel drupt de gesmolten sneeuw van mijn jas en schoenen, om in kleine plasjes op de houten vloer te belanden. Mijn ogen dwalen over de uitgestalde pracht, kerstversiering die ik alleen nog vanuit mijn jeugd herken. Paddenstoelen van glas, rood met witte stipjes. Kerkjes en huisjes, gedecoreerd met glinsterende sneeuwvlokjes. Kleine belletjes in pasteltinten met échte klepeltjes, zodat ze bij het aanraken van de kerstboom hun klingelende toontjes laten horen. Gazen engeltjes met tere vleugels alsof ze rechtstreeks vanuit de hemel neergedaald zijn.

Achterin de winkel ontdek ik een kleine toonbank waarnaast een “juffrouw” staat, ze kan zó uit een jaren zestig modeblad zijn weggelopen! Haar kastanjebruine haar opgestoken in een “Grace-Kelly rol”, het twinset in een cognac bruine tint op een pepita-ruitje kokerrok. Op e.o.a. manier doet ze me aan mijn moeder denken, de kleding, de haardracht. Ik schud mijn hoofd: “Doe niet zo raar!” Ze kijkt me vriendelijk aan en knikt ter begroeting. Ik wandel de winkel rond die verrassend ruim is, groter dan je zou vermoeden achter het kleine etalageraam. Één wand van het pand is volledig ingenomen door een verzameling kerststallen. Van miniatuur, formaat luciferdoosje, tot levensgroot. De kerstgroepen zijn prachtig om te zien. Maar onherroepelijk wordt mijn blik naar een tafel getrokken waarop  sneeuwbollen staan. Zo'n grote verscheidenheid heb ik nog nooit gezien! Voorzichtig, om niets om te stoten, reik ik met mijn hand naar de grootste bol die op het midden van de tafel staat. Hij is zeker de maat van een flinke kokosnoot. Meteen staat de winkeljuffrouw naast me en met een zachte lispelende stem bied ze aan om de bol voor me te pakken. Ik knik.
Met  haar zorgvuldig gemanicuurde handen, zonder ringen, pakt ze voorzichtig de grote glazen bol en tilt hem, met een eerbiedige zwaai, over de andere bollen heen. Mijn ogen volgen de bol onafgebroken. Hij glanst en schittert in het heldere licht.

In het midden van de bol staat slechts een enkele kerstboom, gedetailleerd tot in de kleinste finesses. Bovenop de top, een ster van goud. Door de beweging dwarrelen al enkele sneeuwvlokjes rond de takken van het boompje, waar ze blijven liggen als een belofte van wat komen gaat. Het voetstuk waarop de bol geplaatst is, is eenvoudig van glanzend gepolijst hout waaruit een koperen sleuteltje steekt. De vrouw draait aan het sleuteltje en dan vult een ijl deuntje de winkelruimte, het boompje draait traag rond en de vlokjes bewegen mee totdat de bol gevuld is met een werveling van wit. Ademloos kijk ik toe, terwijl aan de rand van mijn geheugen de herkenning zweeft.
“Dat deuntje heb ik ooit eerder gehoord!”
De vrouw kijkt me glimlachend aan en zegt; “Zal ik hem voor u inpakken?”
Bijna zeg ik “Ja” maar dan bedenk ik opeens dat ik niet weet wat de sneeuwbol kost en ik vraag haar naar de prijs. Vijftig euro!! Dàt is vér boven mijn budget, ik had zo'n beetje in de richting van tien euro gedacht, dat vind ik meer dan genoeg voor een klein kadootje. Ik schud mijn hoofd; “Nee dank u, ik ben op zoek naar een kleinigheidje voor mijn kleindochter en dit is te duur”

De eerst zo vriendelijke uitdrukking op haar gezicht verdwijnt en haar ogen zijn opeens een tint donkerder. “Weet u het zeker? Dit is het perfecte kado voor uw kleindochter!”
“Ja, ik weet het zeker!”
Mijn ogen dwalen weer over de schappen gevuld met prachtige kerstballen, stalletjes en huisjes om dan weer terug te keren naar de tafel met sneeuwbollen. Er staan ook kleinere exemplaren, zéker zo leuk, gevuld met kleine tafereeltjes die elk kind zullen aanspreken. Ik kies er één uit die, weliswaar niet zo'n mooi muziekdoosje heeft, maar toch leuk genoeg is om als schoenkadootje te fungeren. Bij het afrekenen twijfel ik nog steeds maar een blik in mijn bijna lege portemonnee is genoeg om de twijfel uit te bannen. Ik pak het briefje van tien euro en wacht op mijn wisselgeld. De juffrouw pakt het doosje zorgvuldig in en overhandigd me het pakketje met een nors gebaar. “Prettige feestdagen!” kan er nog nét af. Bij het verlaten van de winkel kijk ik nog één keer naar de prachtige bol, het lijkt wel alsof hij helderder is dan al die andere bollen, als een stralend middelpunt trekt hij alle belangstelling naar zich toe, de laatste tonen van het deuntje klinken als ik de deur achter me dichttrek.


OokInmiddels is het helemaal donker buiten, de wind is nog even koud als eerder maar de sneeuw valt in minder dikke vlokken. Ik haast me naar de auto om de rit huiswaarts te gaan maken. Steeds opnieuw dwalen mijn gedachten naar de prachtige sneeuwbol, waardoor ik de kou en de gladheid niet opmerk. Ik lijk wel betoverd!

vrijdag 3 augustus 2012

Donder en Bliksem


Hij heeft eindelijk zijn zin gehad! Die “hij” is mijn echtgenoot en “zijn zin” daar kun je het e.e.a. bij voorstellen maar zo romantisch is het nou ook weer niet. Even een korte uitleg alvorens ik ga vertellen waar hij dan zo zijn zinnen op had gezet.

Sinds een jaar of 8 zijn wij de trotse bezitters van een bootje. Niet zo maar een bootje, nee, een heus zeiljachtje mét kajuit dat plaats biedt aan vier personen. Met zijn vieren varen en slapen gebeurt vrijwel nooit maar het is toch handig als je wat meer ruimte hebt zeker in mijn geval. Had ik al verteld dat mijn bijnaam “Moby Dick” is?

Zo'n zeilboot heeft een aantal 'voordelen' bóven een normaal jachtje, het eerste voordeel...een verdiepte kajuit waardoor je bijna helemaal rechtop kunt staan, tenminste als je rond de 1.70 mtr. bent. Dat zijn we allebei niet, 1.80 komt eerder in beeld. Gevolg is dat je na twee dagen een bultenfestijn op je hoofd hebt waar een wrattenzwijn jaloers op zou zijn. Maar toch, je hebt boten waar je kruipend het kajuitje moet betreden en dat is helemaal geen optie. Ik prefereer de bulten boven de kruip-door-sluip-door slijtplekken op mijn knieën.

Het tweede voordeel is de vorm van de romp (rond en enigzins taps toelopend) en de (in ons geval) twee zwaarden onder de boot waardoor het geheel wat stabieler op het water ligt en niet bij de minste geringste beweging aan het schommelen slaat. ( denk even aan mijn bijnaam) Mijn echtvriend is van het 'magere staken' soort en dat betekend dat we er ook rekening mee moeten houden als we de boot 'bepakken'. De zwaarste spullen gaan aan zijn kant en aan mijn kant....niks. Anders rolt de arme stakker doorlopend uit zijn kooi (bed)
Tot zover de voordelen.

Na alle weken regen, troffen wij het toch maar mooi dat onze vakantie begon op het moment dat de zon nét terug kwam van zijn tripje naar elders! Een heerlijke week volgt, waarin we loom en sloom dobberen op de plas. We installeren onze spullen op een eilandje midden op de plas en genieten met volle teugen! Vrijdagavond wordt er slecht weer voorspeld, dus ik wil naar huis. Ik heb totaal geen zin om daar midden in een wolkbreuk op de plassen te zitten. Natuurlijk zie ik zijn teleurgestelde blik wel...het lijkt hem zó heerlijk om een nachtje op de boot slapen als de regen op het kajuitje tikt. Er zijn echter grenzen en hier trek ik de mijne. Een buitje, oké maar donderbuien..néé!! Ruim voor de buien losbarsten zijn we weer veilig thuis en slaap ik heerlijk in mijn eigenste bedje.

Het weekend blijven we thuis, er ligt een aardige bult was en zoon vertrekt naar Wacken Open Air en verwacht toch wel dat moeder zijn spullen voor die tijd in orde heeft. Het weer is niet om over naar huis te schrijven dus voel ik ook niet iets van spijt. Dan voorspelt Piet Paulusma opeens dat woensdag wel eens een hele mooie dag kan gaan worden en meteen slaat de vakantiekriebel weer toe. Tassen worden ingepakt, koelelementen in de vriezer gekwakt en op woensdagochtend schuiven we al vroeg 't otootje in en reizen af naar Loosdrecht. Inderdaad, een prachtige dag volgt! Zon, wind en water zorgen ervoor dat mijn faktor 50 niet voldoende blijkt en ik smeer me rot om de ergste verbranding sinds tijden, onder controle te houden. 's Avonds eten we op een terras aan het water en ondanks de voorspellingen dat er onweer volgt, lijkt het allemaal wel mee te vallen. De avond is zwoel en tot een uur of negen blijft het droog, op wat spetters na. We zijn moe van de hele dag op het water zijn en besluiten om maar eens vroeg de kooi in te duiken.

De luiken en kajuitdeuren laten we open want de kap over de kuip houdt de beestjes buiten en laat in ieder geval wat frisse lucht naar binnen. Al snel zijn we allebei vertrokken naar dromenland. Totdat.....na een uurtje de ene na de andere donderklap me ruw uit mijn slaap wekt. Manlief komt even omhoog en draait zich dan genietend om, héérlijk die regen op het kajuit en tentdak! Na tien minuten veranderd het getik in een oorverdovend kabaal, alsof er met een mitrailleur op de boot geschoten wordt! Bliksemflitsen, donderklappen én hagel...het kan niet op en ik doe geen oog meer dicht. Doodeng vind ik het!! Stel je voor dat de bliksem inslaat in die enorme boom op het eiland, stel dat die boom dan dwars over onze boot dondert....wie komt ons redden?? Ik draai en draai en de boot schommelt en wiebelt, ik kan de slaap niet meer vatten. Steeds opnieuw die bliksemflitsen waarop steeds sneller de donder volgt. De regen klattert zó hard op de boot dat ik soms die donder nauwelijks nog hoor. Ik besluit om dan maar te gaan lezen en knip mijn nieuwe halogeen campinglamp ( Kruidvat, voor de helft van de prijs!!) aan en begin in mijn 1000 bladzijde's tellende boek van Stephen King. En dan gebeurt het!! (V) echtvriend komt omhoog en kijkt me verwijtend aan terwijl hij zegt; “Ik heb last van je lamp, zo kan ik niet slapen hoor!!”

Last van mijn lamp?? Krijg wat!!!

Uiteindelijk ben ik tegen de ochtend in slaap gevallen, de regen tikkelde zachtjes op het kajuitdak en het eerste ochtendlicht gluurde al naar binnen. Twee uurtjes later zat mijn nacht erop en nog een uur later waren we op weg naar huis. Onderweg breekt de bewolking en de zon schijnt uitbundig in mijn ogen....jammer dan!!!

maandag 2 juli 2012

Wie wat bewaart


Nog even een blik in de spiegel, een kam door haar zilvergrijze haardos en dan is ze er helemaal klaar voor! Vandaag viert ze haar “zeventigste” verjaardag voor de derde keer en ze heeft een grote verrassing in petto voor haar beste vriendin Bernadette. Die niet alleen haar beste vriendin maar óók ruim 30 jaar lang haar collega geweest is. Vandaag wacht ze àllemaal een verrassing! En met een schalks lachje klopt ze op één van de kleurige plastic doosje die ze alvast heeft uitgestald op de eettafel. 

Haar blik keert even naar binnen als ze zich herinnert hoe ze Bernadette heeft leren kennen. Dat was nog eens een tijd! Begin jaren zestig moet het geweest zijn. Ze was nog maar nét getrouwd en dacht een luxe leventje te gaan leiden, wat had ze zich vergist! Theodoor bleek géén welgestelde 'heer' te zijn maar slechts baliemedewerker bij een kleine bank. Tijdens hun verkering had hij haar overladen met presentjes en elk weekend mee uit genomen naar sjieke gelegenheden. Hij had haar om de tuin geleid en gedacht dat zij een rijke erfgename was. Helaas, van rijkdom was al lang geen sprake meer, alleen de dubbele achternaam deed nog vermoeden dat ze uit een gegoede familie kwam. Zo werd de bedrieger dus bedrogen maar daar kwam ze pas achter toen het leed al geschied was. De dure bruidsjurk had al haar spaarcentjes opgeslokt, om van de trouwpartij maar niet te spreken. Ze zaten diep in de schulden! 
Die dag had ze zich extra opgetut en besloten om naar de Huishoudbeurs te gaan. Kon ze toch zeggen dat ze naar Amsterdam geweest was om te winkelen al was het dan niet op de Kalverstraat. Ze was er nog nooit eerder geweest, haar familie vond dat 'volksvermaak'. Eenmaal binnen keek ze haar ogen uit. Drommen vrouwen die zich verdrongen bij een soort marktstands waar ze gratis eten konden proeven. De nieuwste huishoudelijke snufjes werden luidkeels aangeprezen door de standhouders en ze kwam ogen tekort. 
Opeens werd haar aandacht getrokken door een tafel waarop allerlei plastic bakjes waren uitgestald, de man erachter was druk in gesprek met een jonge vrouw. De vrouw had duidelijk klasse, géén doorsnee huisvrouwen type in ieder geval. Een mantelpakje en dure pumps, haar hoogblonde haren keurig in een 'Grace Kelly' rol. De man probeerde haar wat van die plastic bakjes aan te smeren maar ze had duidelijk geen interesse en keek verveeld de andere kant op. Toen kruiste hun blikken elkaar. Spontaan hadden ze naar elkaar geglimlacht en op dat moment was hun lot bezegeld. De man merkte dat hij zijn koopwaar niet aan de vrouw kon brengen en gooide het over een andere boeg. “Of de dames soms interesse hadden in een leuke bijverdienste?” Met die woorden duwde hij hen een folder in de hand. Een beetje beduusd had ze de folder bekeken en spontaan plopte er een plannetje in haar hoofd. Ze stak haar hand uit naar de andere vrouw en stelde zich voor; “ Mijn naam is Willemijn, zullen we even een kopje koffie gaan drinken?” De vrouw noemde haar naam en ging akkoord,” met zijn tweeën is het gezelliger dan alleen, nietwaar?” 
Tijdens de koffie ontvouwde ze haar plan en, zoals ze al voorvoeld had, bleek Bernadette er wel oren naar te hebben. Wonderlijk genoeg bleek ze zelfs in dezelfde plaats te wonen als zij en Theodoor, slechts een paar straten van hun woning verwijderd. Was zijzelf getrouwd, Bernadette was vastbesloten om vrijgezel te blijven en hooguit tijdelijke contacten te onderhouden met mannen. Het gehuwde leven zag ze écht niet zitten, elke dag diezelfde man aan tafel die je kookkunsten bekritiseerde. Of die smerige stinksokken en onderbroeken te moeten wassen. “Néé aan Bernadettes lijf géén polonaise, dan maar liever een 'solonaise'.” De rest van de dag hadden ze in elkaars gezelschap doorgebracht en uiteindelijk een afspraak voor het einde van de week gemaakt. Dan zouden ze hun plannen verder doorspreken op de avond dat Theodoor op de 'heren-sociëteit” vertoefde die, in werkelijkheid, gewoon de klaverjasclub was. 
Die avond bleek het keerpunt van haar leven te zijn geweest, al had ze dat toen nog niet beseft. Samen met Bernadette had ze gereageerd op de oproep in de folder, samen waren ze naar een kennismakingsavond gegaan en samen waren ze meer dan 30 jaar uitermate succesvol gebleken in hetgeen ze aangepakt hadden. Theodoor had geen flauw benul, die sleet zijn dagen achter de eeuwige balie op de bank. Zijn avonden bestonden uit hoorspelen op de radio en één keer per week zijn “heren-avond”. Tot op een keer hij niet thuis kwam na zijn 'avondje uit', ze waren nog maar nauwelijks een jaar getrouwd. Ze had tranen met tuiten gehuild en Bernadette had haar keer op keer getroost en verzekerd dat 'die zak' haar tranen niet waard was. Ze had aangifte van vermissing gedaan bij het plaatselijke politiebureau maar daar werd haar al snel duidelijk gemaakt dat 'de heer des huizes' waarschijnlijk genoeg had gekregen van zijn vrouwtje en saaie baan. Ze moest er maar niet op rekenen dat hij nog huiswaarts zou keren! Na een paar weken begreep ze waarom Bernadette zich niet wilde binden, ze genoot van haar vrijheid!! Géén stinksokken meer in de was, géén “ssstt” geluiden meer als ze door zijn hoorspel heen praatte én géén kritiek meer op haar kookkunsten!! Om geld zat ze niet verlegen, ze had immers haar “bijverdienste”! 
De tijd verstreek, Bernadette en zij bleken een 'gouden duo'. Winkelen deden ze op de Kalverstraat en vakanties brachten ze door op zonnige stranden. Het leven lachte hen duidelijk toe! Aan mannelijke aandacht hadden ze géén gebrek maar van enige binding kon géén sprake meer zijn, ze waren héél gelukkig zo met elkaar. 

Het geluid van de deurbel rukt haar uit haar overpeinzingen. Snel drukt ze op de knop waardoor de buitendeur ontsloten wordt en wacht vol ongeduld op de eerste gast. Het weerzien met de vrouw die binnenkomt is hartelijk en ze helpt haar met de grote tas. Samen lopen ze de planning nog even door en checken of alles compleet is. De koffie is gezet, de kopjes staan klaar, het feest kan beginnen! Éen voor één komen de dames binnen en al snel lijkt het een waar kippenhok, enthousiaste begroetingen en verraste uitroepen. Ze hebben elkaar zeker in géén 12 jaar gezien. Als laatste komt haar hartsvriendin en haar verraste blik is een foto waard! Met een dikke glimlach bekijkt ze het gezelschap, wat zullen ze genieten! Na de koffie worden ze de keuken ingeloodst en het is even passen en meten voordat iedereen een plekje heeft. De keuken is niet berekent op een groot gezelschap maar ach dat mag de pret niet drukken. Al snel is het iedereen duidelijk dat ze niet op een gewoon verjaarspartijtje zijn uitgenodigd! Na jaren zelf demonstraties te hebben gegeven, zijn ze nu zelf te gast op een “Tupperware Party Nieuwe Stijl”. Gespannen wacht Willemijn op het moment dat de eerste plastic doosjes open gemaakt zullen worden, het recept voor deze “Kookstudio” ligt al klaar, “Rockin-Bacon_Burger” Dan zal blijken of de doosjes werkelijk zo goed zijn als ze bij Tupperware beweren. Ze heeft ze 50 jaar bewaard, mét inhoud. 

Bovenstaand verhaal is dus niet gekozen voor "Het Keerpunt", het tweede verhaal dat ik ingestuurd heb wel. 

maandag 14 mei 2012

Moederdag


                                                                    Moederdag.



                                                            Een zucht, een trilling, een traan 
                                                                         Het is gedaan 

                                                            Een aai, een kus, een laatste blik 
                                                                 Er is nu nooit meer jij en ik.

Volgend jaar ga ik op een andere dag boodschappen doen, dus zeker niet op de zaterdag vóór Moederdag. Waarom vergeet ik dat toch elke keer weer! Samen met mijn dochter worstel ik me door de winkels en krijg het spontaan benauwd. Het zweet parelt op mijn voorhoofd en terwijl zij zich in de enorme rij bij de kassa stort, neem ik de vlucht naar buiten. Overal om me heen zie ik vrolijke gezichten, moeders en dochters arm in arm. Vertederd kijk ik naar een naderend setje. De oudste dame minstens in de tachtig, de andere zeker de zestig al gepasseerd. Samen schuifelen ze richting bloemenkraam. Ik ben benieuwd, gaat 'moeder' nu zelf haar 'moederdagboeket' uit kiezen? Nonchalant schuif ik wat dichterbij en veins hevige belangstelling voor een bos rozen van bijna 18 euro. Dan hoor ik de oudste van de twee zeggen; “doe maar een klein boeketje, mijn moeder hield niet van dat overdadige gedoe. Spontaan springen de tranen in mijn ogen. “Wie zei ook al weer dat tijd alle wonden heelt?” Met een ruk draai ik me om en posteer me weer voor deur van de winkel, inmiddels staat mijn dochter bij de inpaktafel. Ze kijkt me aan en glimlacht, ik glimlach terug en voel een golf van liefde door me heen gaan.

Een zonnestraal piept door het kiertje langs het rolgordijn. Ik knipper eens en kijk op de klok, half 7. Géén trippelende kindervoetjes op de trap, geen gefluister achter de slaapkamerdeur. Slechts de ronkende ademhaling van de slapende man naast me. Nog maar een keertje omdraaien en de slaap proberen te vatten. Dan komen ze, de herinneringen en ik reis moeiteloos door de tijd. De tijd van zelfgemaakte verrassingen en ontbijtjes op bed. Gestamelde gedichtjes en blozende kindergezichten. Verwachtingsvolle ogen; “Hoe zou ze het vinden?” De kaartjes met tekeningen en andere cadeautjes liggen veilig opgeborgen in een doosje naast mijn bed. Het lijkt zo kort geleden dat ik zelf bij mijn moeders bed stond met een roos, gekocht van gespaarde centen. Haar lieve ogen, haar warme hand op mijn gezicht, de kus. Het dunne korstje, op de scheur in mijn hart, breekt en de pijn is weer net zo hevig als toen die dag. “Wie zei ook al weer dat tijd alle wonden heelt?” Voorzichtig glij ik uit bed om de slapende man naast me niet te wekken en 'trippel' op blote voeten de trap af. Ze kijkt me lachend aan vanaf het kastje naast de bank. Het vaasje naast de foto is nog leeg. Als ik de buitendeur open, stroomt de koele geurige ochtendlucht naar binnen. Genietend snuif ik hem diep mijn longen in. Dan pluk ik wat diep paarse akelei en flets roze clematis en steek ze in het vaasje naast de foto. “Fijne Moederdag” fluister ik zachtjes.

Met een kopje koffie zitten we samen op het bankje voor het huis, in afwachting van 'wat komen gaat'. De zon warm op mijn gezicht, het geluid van de waterpartij in de vijver, klaterend op de achtergrond. Zijn eeltige hand pakt de mijne en zwijgend koesteren we onze verbondenheid. Auto's rijden de straat in en al snel zijn alle beschikbare parkeerplaatsen gevuld. Vanaf achterbanken en uit kofferbakken komen bossen bloemen en dozen vol planten. Deuren gaan open en hartelijke begroetingen weerkaatsen tegen de bakstenen muren. En dan eindelijk zie ik een bekende auto voor rijden, helaas géén plek meer om te parkeren, nog maar een rondje dan. Vanachter een andere auto zie ik opeens een rood/wit gestippelde strik onze kant op huppelen. Mijn hart buitelt in mijn borst. Onder die strik twee diepbruine ogen en een stralende lach, in haar armen een pakje. “Voor jou, oma!” Onze oudste zoon en zijn exotische prinses wandelen achter haar aan. Twee armen om me heen. In zijn helderblauwe ogen herken ik het kind dat van mij een moeder maakte. “Fijne moederdag, ma”. Niet veel later arriveren onze dochter en schoonzoon en schuift de middelste ook aan voor aardbeien taart en koffie. Mijn Moederdag kan niet meer stuk! En op de scheur in mijn hart vormt zich een dun vliesje. Niet de tijd heelt alle wonden maar liefde!!







donderdag 3 mei 2012

Niets veranderlijker dan een mens


Eindelijk!! Na jaren eenzame opsluiting zijn ze weer in ons midden. Ooit ben ik begonnen met een wandrekje van Ikea, al snel had ik twee van die rekjes nodig en besloten we om zo'n Lundia kastenwand aan te schaffen. Van 2 ging ik opeens naar 7 wandrekjes. Jaren verstreken, de snuisterijen en kinderspelletjes maakten langzamerhand plaats voor een groeiende collectie boeken. Computers bestonden wel maar niet in dit huishouden en televisie heeft me altijd maar matig kunnen boeien. Op een spannende film na, keek ik nauwelijks naar die buis. Daarin is nog steeds geen verandering opgetreden, ik lees liever. Na verloop van tijd veranderden onze .inrichtingswensen, de kinderen werden groter en er kwamen met de dag meer vrienden over de vloer. Ook groeide mijn aversie tegen het wekelijks afstoffen van de enorme rijen boeken. Een baan voor 40 uur, 3 pubers in huis en een wasmachine die overuren draaide, mét de daarbij behorende berg strijkgoed, dat alles zorgde ervoor dat ik aan lezen nauwelijks meer toekwam. Na rijp beraad besloten we dat de Lundia kastenwand ging verdwijnen en plaats zou maken voor een extra bank. Twee banken, twee fauteuils én een 'troon' voor hubbie, dat moest voldoende zijn om de gestage groep vrienden en kennissen allemaal van een zitplaats te voorzien. Bijkomend voordeel, een uur minder stofwerk per keer! Zo gezegd zo gedaan, de boeken werden uitgesorteerd, in kratten verpakt en op zolder gestationeerd. Na verloop van een paar dagen begon het gemis te knagen en stiekem sleurde ik weer wat boeken naar beneden. Ik stopte ze in een mand onder de tafel en kroop tijdens een onbespied uurtje met één van mijn lievelingen op de ( gloednieuwe)  bank.

De pubers werden jong volwassenen en met tussenpozen van een paar jaar, zochten twee van de drie, een eigen stek. De bovenverdieping werd anders verdeeld en opeens had ik een kamertje voor mezelf. Een bureautje, een laptop en boekenplanken aan de wand. Naast lezen was schrijven inmiddels óók een hobby geworden. 's Avonds na het eten, trok ik me terug op mijn heiligdom, bordje “niet storen” aan de deur en 'oh wat was mama blij'.  Lezen of schrijven, het was me om het even! Maar zoals altijd, komt aan alle mooie dingen vaak een abrupt einde. Zo óók aan mijn kamertje. Er veranderde het één en ander in onze gezinssamenstelling, we kregen er zomaar van de ene op de andere dag een kind bij waardoor we weer moesten gaan 'herinrichten'. Mijn kamertje werd logeerkamer voor kleindochter en broer ( die regelmatig een weekend bij ons verblijft) De grote logeerkamer werd slaapkamer voor het extra kind en 'mama'? Mama verhuisde met haar laptop naar de keukentafel. Het bureautje verdween naar de dochter die weer is gaan studeren en wél een 'eigen' kamertje heeft. Al moet ze dat wel delen met het drogende wasgoed. De boekenplanken bleven hangen zodat ik af en toe toch even kon genieten van mijn schatten.

En op een dag kreeg ik weer een vlaag van opruimwoede, de bovenverdieping was me al een tijdlang een doorn in het oog. Alle kasten werden leeg getrokken, de zolderverdieping werd ook niet gespaard en ik stond weer voor de keus. Boeken weg of een boekenkast aanschaffen want de planken begonnen door te buigen. Maar wààr haal ik zo gauw een nieuwe boekenkast vandaan? Dat heb ik nou altijd...klein budget en grootse plannen! Volgens 'hubbie' was er slechts plaats voor een smalle kast naast het kastje waarop zijn grote liefde ( de tv) staat. Een smal kastje?? Hallo, daar past nog géén tiende in! Weken heb ik gespeurd in kringloopwinkels en reclamefolders van meubelkoningen doorgesnuffeld. Had ik een wens die qua uitvoering wel mogelijk was maar beslist niet binnen mijn ( karige) budget paste. In mijn dromen zag ik een prachtige kastenwand voor me waarin alle boeken een plekje zouden vinden én ook nog plaats was voor dat zwarte monster.

Gisteren kwam onze dochter, ze wilde even naar Ikea of ik zin had om mee te gaan! Natuurlijk, je weet maar nooit! Al vaker heb ik voor een spotprijsje meubilair uit de koopjeshoek gesleurd. Dat we dan met een vervoersprobleem zitten, realiseer ik me pas als ik met zo'n enorm gevaarte buiten sta. ( zie verhaal over de keukenkast) En jawel, alsof het zo moest zijn!! In de koopjeshoek trof ik een geweldige ( niet al te grote) boekenkast van mijn keuze aan. Voor een schijntje mag ik wel zeggen, daar mag de kringloopwinkel een voorbeeld aan nemen! Tevens viel mijn blik op een alleraardigst klein meubeltje waarop de vriendin van hubbie zich absoluut thuis zou voelen. Aangezien er altijd méér kapers op de kust zijn, stuurde ik dochter erop uit om een medewerker te strikken. Even een boekenkast op een kar hijsen is geen klusje voor twee 'fragiele' vrouwtjes. Dat diezelfde 'fragiel' vrouwtjes uiteindelijk in de hal de kast uit elkaar moeten schroeven omdat ie niet onder de deurstijl doorpaste, tja een kleinigheidje hou je toch. Dan het hele gevaarte achterin een Polo'tje proppen, met zeven meter touw vastbinden en 'snel' huiswaarts. Voordat manlief op de stoep staat, moet de klus geklaard zijn! Oude kastje leegruimen ( godallemachtig wat kan ik tettrissen!!) Nieuwe kast in elkaar toveren, heel de bende opnieuw aansluiten, snoeren in een hoekje proppen, boeken naar beneden sleuren en hoppa..klaar is Kees, in dit geval Mar. Hubbie kwam thuis, overzag het 'slagveld' en zei..."doet de tv het?"  

 Toen ik vanochtend beneden kwam heb ik even genietend een stofdoek over de schatjes gehaald.....


woensdag 2 mei 2012

Vier het leven


30 april 2012 Westerbork

De zon strooit kwistig haar stralen vanuit de strakblauwe hemel naar de aarde. Vogels fluiten uit volle borst en het jonge groen ontvouwt zich waar je bij staat. Vanaf het bankje kijk ik uit over een veldje omzoomt door lariksen. De nieuwe naaldjes in teer groen, als kwastjes aan de takken. Mooi vind ik ze, heb ik altijd al gevonden. Ik sluit eventjes mijn ogen om het moment vast te houden. Dan is het voorbij en wandelen we over het parkeerplaatsje terug naar onze auto. Het zit erop en we aanvaarden de terugreis. Het is warm in de auto en al snel vallen mijn ogen dicht, ik wordt in slaap gesust door het monotone geluid van de motor en het suizen van de wind langs de geopende ramen.

“Mama! Mama!” Met een schok schrik ik wakker, even heb ik geen idee waar ik ben. De vreemde droombeelden vervagen snel behalve de zilvergrijze ogen van de jongen uit mijn droom. Nog even vertoef ik in het vreemde droomlandschap. De laatste flarden probeer ik met alle macht vast te houden. Het was zo'n mooie droom! De zon stralend aan een strakblauwe hemel, een landschap dat ik niet ken, groen, vooral groen! Hoge bomen met teer groen, alsof het voorjaar was. Mijn voeten op jong gras aan de rand van verroeste spoorrails. Tegenover me staat een jonge man, aan de andere kant van de rails. We kijken elkaar aan en ik herken zijn ogen, zilvergrijs, achter de brillenglazen. Het zijn de ogen van Levy. Een zachte bries brengt de toppen van de bomen in beweging, het ruisen heeft iets onaards, dan strijkt de wind over mijn gezicht en het zijne. Een vage glimlach, een blik van herkenning en toen was het voorbij.
“Mamale, hoelang nog?”
“Geen idee, jongen.”
Het is donker in de treinwagon, we zitten dicht op elkaar gepakt en aan mijn voeten ligt buurvrouw Cohen. Ze is ziek maar dat heeft de Duitsers niet weerhouden om haar op transport te sturen. Het stinkt naar uitwerpselen en braaksel, we worden niet alleen vervoerd als vee maar óók behandeld alsof we niets meer zijn dan varkens op weg naar de slachtplaats. Het snerpende gefluit van de trein snijd door mijn ziel en ik wens dat er snel een einde aan deze tocht komt. Hoewel....misschien ook niet want aan het einde van de rit wacht de dood. Oh nee, mij hoeven ze niets meer wijs te maken, ik ben niet gek! Ik wist het al toen we opgeroepen werden, na alle verordeningen was dit nog slechts een kwestie van tijd! Maup wilde de hoop niet verliezen maar we hadden gewoon naar Rientje moeten luisteren! We hadden onder moeten duiken! Maar nee, Maup wist het weer beter, de schlemiel.

“Mamale, ik heb honger”
“Ik weet het petsele, ik zal kijken of ik nog iets voor je heb”

De kleine koffer heb ik angstvallig dicht bij me gehouden, er mocht niet veel meer mee vanuit Westerbork, een paar kappies brood heb ik tussen de hemden kunnen stoppen. Buurvrouw Cohen maakt wat kreunende geluiden en ik voel haar krachteloze hand op mijn enkel.
“Water” lispelt ze.
“Jaja, zo meteen, eerst Levy en dan ben jij aan de beurt.”
Het bonken van de wielen op de rails zorgt ervoor dat mijn rug aanvoelt als een geknakte tak. Ik sluit mijn ogen nog even en vouw mijn handen over het ongeboren leven in mijn buik. Wat voor kleur zouden die ogen zijn? Ook zilvergrijs of misschien wel het hemelsblauw van Maup. Zullen die ogen überhaupt ooit de hemel zien? Ik sluit mijn oren voor de geluiden om me heen, het ingehouden snikken, de braakgeluiden en het rammelen van de sloten aan de buitenkant van de wagons.

“Mamale, ik denk dat we er zijn!”

De trein mindert vaart en ik hijs me overeind om tussen de spleten van de planken door, een glimp op te vangen van de wereld. Alweer dat snerpende gefluit van die ellendige locomotief. De avondlucht is rood gekleurd en een overweldigende stank vult mijn neusgaten.
“Wat is dit?”
Levy's hand klemt zich vast de mijne en ik probeer in het donker zijn gezicht te zien.
“Rustig maar hartse, alles komt goed”
Terwijl ik het zeg weet ik dat het nooit meer goed gaat komen. Dan stopt de trein en worden de luiken geopend. Sobibor.
Ik wordt door één van de mannen op het perron uit de wagon getrokken en sleur Levy met me mee, de koffer blijft achter. In een lange rij worden we opgesteld en er worden bevelen geschreeuwt in het Duits. Ik versta ze wel maar wil ze niet horen...”Laufen..dreckige Juden”
“Wat zeggen ze, mamale?”
“Niks bekl, niks bijzonders!”
De stank is overweldigend, daar zijn de stinkende veewagons helemaal niks bij. Zelfs de bewakers lopen met zakdoeken voor hun mond en ik zie ze kwistig schudden met hun flesjes '4711' Kölnisch Wasser...
“Waar is buurvrouw Cohen??”
We strompelen voort totdat ik zie dat mensen gescheiden worden, twee rijen. De duim wijst naar links of naar rechts. Ik knijp Levy's hand bijna fijn en trek hem steeds dichter tegen me aan. Wanhoop vult mijn hart. “Had nou maar naar Rientje geluisterd, Maup!” Maar Maup is niet hier, hij is al eerder op transport gegaan. Naar een 'werkkamp'. En dan sta ik voor hem, zijn priemende zwarte ogen werpen een ongeinteresseerde blik over mijn sjofele gestalte. Met een snelle beweging rukt hij mijn jas open en ziet mijn welvende buik.
“Ach...noch einer stink Jude”hij wijst naar rechts. Ik sleep Levy met me mee maar dan stapt hij naar voren en trekt hem van me los.
“Mama...mama!!”
Spartelend hangt hij een halve meter boven de grond en de smerige blik van zijn belager maakt de leeuwin in me los. Een forse trap in mijn rug en ik val. Een zwarte laars komt richting mijn gezicht, bloed vult mijn mond.
“Mama!!”
Levy valt voor me op de grond en de officier haalt een kleine rijzweep tevoorschijn. Alsof alles vertraagd wordt afgespeeld zie ik zijn arm naar beneden zwaaien en de zweep op Levy's rug terechtkomen. Zijn ogen, zijn mooie zilvergrijze ogen, vullen zich met tranen. En weer, en weer striemt de zweep op mijn kind. De laars op mijn rug zorgt ervoor dat ik niet overeind kan komen. Een schaterlach vult mijn oren. Aan mijn haren word ik overeind gesleurd en kan nog nét een laatste blik op mijn kind werpen, voordat hij aan zijn armen weggesleept wordt, naar links. Zijn bloesje is kapot geslagen en het bloed trekt een spoor over het perron.

“Mam, hé mam”
Een tikje op mijn schouder en ik open mijn ogen. Verdwaasd kijk ik naar buiten. We staan op de parkeerplaats voor ons huis.
“Mam, ik wil eruit...doe de deur eens open en stap uit!”
Met stijve knieën stap ik uit en geef mijn zoon de kans om ook uit de auto te kruipen. Ik kijk hem aan en zie een vage glimlach om zijn lippen en zijn ogen, zijn zilvergrijze ogen......