maandag 2 juli 2012
Wie wat bewaart
Nog even een blik in de spiegel, een kam door haar zilvergrijze haardos en dan is ze er helemaal klaar voor! Vandaag viert ze haar “zeventigste” verjaardag voor de derde keer en ze heeft een grote verrassing in petto voor haar beste vriendin Bernadette. Die niet alleen haar beste vriendin maar óók ruim 30 jaar lang haar collega geweest is. Vandaag wacht ze àllemaal een verrassing! En met een schalks lachje klopt ze op één van de kleurige plastic doosje die ze alvast heeft uitgestald op de eettafel.
Haar blik keert even naar binnen als ze zich herinnert hoe ze Bernadette heeft leren kennen. Dat was nog eens een tijd! Begin jaren zestig moet het geweest zijn. Ze was nog maar nét getrouwd en dacht een luxe leventje te gaan leiden, wat had ze zich vergist! Theodoor bleek géén welgestelde 'heer' te zijn maar slechts baliemedewerker bij een kleine bank. Tijdens hun verkering had hij haar overladen met presentjes en elk weekend mee uit genomen naar sjieke gelegenheden. Hij had haar om de tuin geleid en gedacht dat zij een rijke erfgename was. Helaas, van rijkdom was al lang geen sprake meer, alleen de dubbele achternaam deed nog vermoeden dat ze uit een gegoede familie kwam. Zo werd de bedrieger dus bedrogen maar daar kwam ze pas achter toen het leed al geschied was. De dure bruidsjurk had al haar spaarcentjes opgeslokt, om van de trouwpartij maar niet te spreken. Ze zaten diep in de schulden!
Die dag had ze zich extra opgetut en besloten om naar de Huishoudbeurs te gaan. Kon ze toch zeggen dat ze naar Amsterdam geweest was om te winkelen al was het dan niet op de Kalverstraat. Ze was er nog nooit eerder geweest, haar familie vond dat 'volksvermaak'. Eenmaal binnen keek ze haar ogen uit. Drommen vrouwen die zich verdrongen bij een soort marktstands waar ze gratis eten konden proeven. De nieuwste huishoudelijke snufjes werden luidkeels aangeprezen door de standhouders en ze kwam ogen tekort.
Opeens werd haar aandacht getrokken door een tafel waarop allerlei plastic bakjes waren uitgestald, de man erachter was druk in gesprek met een jonge vrouw. De vrouw had duidelijk klasse, géén doorsnee huisvrouwen type in ieder geval. Een mantelpakje en dure pumps, haar hoogblonde haren keurig in een 'Grace Kelly' rol. De man probeerde haar wat van die plastic bakjes aan te smeren maar ze had duidelijk geen interesse en keek verveeld de andere kant op. Toen kruiste hun blikken elkaar. Spontaan hadden ze naar elkaar geglimlacht en op dat moment was hun lot bezegeld. De man merkte dat hij zijn koopwaar niet aan de vrouw kon brengen en gooide het over een andere boeg. “Of de dames soms interesse hadden in een leuke bijverdienste?” Met die woorden duwde hij hen een folder in de hand. Een beetje beduusd had ze de folder bekeken en spontaan plopte er een plannetje in haar hoofd. Ze stak haar hand uit naar de andere vrouw en stelde zich voor; “ Mijn naam is Willemijn, zullen we even een kopje koffie gaan drinken?” De vrouw noemde haar naam en ging akkoord,” met zijn tweeën is het gezelliger dan alleen, nietwaar?”
Tijdens de koffie ontvouwde ze haar plan en, zoals ze al voorvoeld had, bleek Bernadette er wel oren naar te hebben. Wonderlijk genoeg bleek ze zelfs in dezelfde plaats te wonen als zij en Theodoor, slechts een paar straten van hun woning verwijderd. Was zijzelf getrouwd, Bernadette was vastbesloten om vrijgezel te blijven en hooguit tijdelijke contacten te onderhouden met mannen. Het gehuwde leven zag ze écht niet zitten, elke dag diezelfde man aan tafel die je kookkunsten bekritiseerde. Of die smerige stinksokken en onderbroeken te moeten wassen. “Néé aan Bernadettes lijf géén polonaise, dan maar liever een 'solonaise'.” De rest van de dag hadden ze in elkaars gezelschap doorgebracht en uiteindelijk een afspraak voor het einde van de week gemaakt. Dan zouden ze hun plannen verder doorspreken op de avond dat Theodoor op de 'heren-sociëteit” vertoefde die, in werkelijkheid, gewoon de klaverjasclub was.
Die avond bleek het keerpunt van haar leven te zijn geweest, al had ze dat toen nog niet beseft. Samen met Bernadette had ze gereageerd op de oproep in de folder, samen waren ze naar een kennismakingsavond gegaan en samen waren ze meer dan 30 jaar uitermate succesvol gebleken in hetgeen ze aangepakt hadden. Theodoor had geen flauw benul, die sleet zijn dagen achter de eeuwige balie op de bank. Zijn avonden bestonden uit hoorspelen op de radio en één keer per week zijn “heren-avond”. Tot op een keer hij niet thuis kwam na zijn 'avondje uit', ze waren nog maar nauwelijks een jaar getrouwd. Ze had tranen met tuiten gehuild en Bernadette had haar keer op keer getroost en verzekerd dat 'die zak' haar tranen niet waard was. Ze had aangifte van vermissing gedaan bij het plaatselijke politiebureau maar daar werd haar al snel duidelijk gemaakt dat 'de heer des huizes' waarschijnlijk genoeg had gekregen van zijn vrouwtje en saaie baan. Ze moest er maar niet op rekenen dat hij nog huiswaarts zou keren! Na een paar weken begreep ze waarom Bernadette zich niet wilde binden, ze genoot van haar vrijheid!! Géén stinksokken meer in de was, géén “ssstt” geluiden meer als ze door zijn hoorspel heen praatte én géén kritiek meer op haar kookkunsten!! Om geld zat ze niet verlegen, ze had immers haar “bijverdienste”!
De tijd verstreek, Bernadette en zij bleken een 'gouden duo'. Winkelen deden ze op de Kalverstraat en vakanties brachten ze door op zonnige stranden. Het leven lachte hen duidelijk toe! Aan mannelijke aandacht hadden ze géén gebrek maar van enige binding kon géén sprake meer zijn, ze waren héél gelukkig zo met elkaar.
Het geluid van de deurbel rukt haar uit haar overpeinzingen. Snel drukt ze op de knop waardoor de buitendeur ontsloten wordt en wacht vol ongeduld op de eerste gast. Het weerzien met de vrouw die binnenkomt is hartelijk en ze helpt haar met de grote tas. Samen lopen ze de planning nog even door en checken of alles compleet is. De koffie is gezet, de kopjes staan klaar, het feest kan beginnen! Éen voor één komen de dames binnen en al snel lijkt het een waar kippenhok, enthousiaste begroetingen en verraste uitroepen. Ze hebben elkaar zeker in géén 12 jaar gezien. Als laatste komt haar hartsvriendin en haar verraste blik is een foto waard! Met een dikke glimlach bekijkt ze het gezelschap, wat zullen ze genieten! Na de koffie worden ze de keuken ingeloodst en het is even passen en meten voordat iedereen een plekje heeft. De keuken is niet berekent op een groot gezelschap maar ach dat mag de pret niet drukken. Al snel is het iedereen duidelijk dat ze niet op een gewoon verjaarspartijtje zijn uitgenodigd! Na jaren zelf demonstraties te hebben gegeven, zijn ze nu zelf te gast op een “Tupperware Party Nieuwe Stijl”. Gespannen wacht Willemijn op het moment dat de eerste plastic doosjes open gemaakt zullen worden, het recept voor deze “Kookstudio” ligt al klaar, “Rockin-Bacon_Burger” Dan zal blijken of de doosjes werkelijk zo goed zijn als ze bij Tupperware beweren. Ze heeft ze 50 jaar bewaard, mét inhoud.
Bovenstaand verhaal is dus niet gekozen voor "Het Keerpunt", het tweede verhaal dat ik ingestuurd heb wel.
maandag 14 mei 2012
Moederdag
Moederdag.
Een
zucht, een trilling, een traan
Het is gedaan
Een aai, een kus, een laatste blik
Er is nu nooit meer jij en ik.
Het is gedaan
Een aai, een kus, een laatste blik
Er is nu nooit meer jij en ik.
Volgend jaar ga ik op een andere dag boodschappen doen, dus zeker
niet op de zaterdag vóór Moederdag. Waarom vergeet ik dat toch elke
keer weer! Samen met mijn dochter worstel ik me door de winkels en
krijg het spontaan benauwd. Het zweet parelt op mijn voorhoofd en
terwijl zij zich in de enorme rij bij de kassa stort, neem ik de
vlucht naar buiten. Overal om me heen zie ik vrolijke gezichten,
moeders en dochters arm in arm. Vertederd kijk ik naar een naderend
setje. De oudste dame minstens in de tachtig, de andere zeker de
zestig al gepasseerd. Samen schuifelen ze richting bloemenkraam. Ik
ben benieuwd, gaat 'moeder' nu zelf haar 'moederdagboeket' uit
kiezen? Nonchalant schuif ik wat dichterbij en veins hevige
belangstelling voor een bos rozen van bijna 18 euro. Dan hoor ik de
oudste van de twee zeggen; “doe maar een klein boeketje, mijn
moeder hield niet van dat overdadige gedoe. Spontaan springen de
tranen in mijn ogen. “Wie zei ook al weer dat tijd alle wonden
heelt?” Met een ruk draai ik me om en posteer me weer voor deur van
de winkel, inmiddels staat mijn dochter bij de inpaktafel. Ze kijkt
me aan en glimlacht, ik glimlach terug en voel een golf van liefde
door me heen gaan.
Een zonnestraal piept door het kiertje langs het rolgordijn. Ik
knipper eens en kijk op de klok, half 7. Géén trippelende
kindervoetjes op de trap, geen gefluister achter de slaapkamerdeur.
Slechts de ronkende ademhaling van de slapende man naast me. Nog maar
een keertje omdraaien en de slaap proberen te vatten. Dan komen ze,
de herinneringen en ik reis moeiteloos door de tijd. De tijd van
zelfgemaakte verrassingen en ontbijtjes op bed. Gestamelde gedichtjes
en blozende kindergezichten. Verwachtingsvolle ogen; “Hoe zou ze
het vinden?” De kaartjes met tekeningen en andere cadeautjes liggen
veilig opgeborgen in een doosje naast mijn bed. Het lijkt zo kort
geleden dat ik zelf bij mijn moeders bed stond met een roos, gekocht
van gespaarde centen. Haar lieve ogen, haar warme hand op mijn
gezicht, de kus. Het dunne korstje, op de scheur in mijn hart, breekt
en de pijn is weer net zo hevig als toen die dag. “Wie zei ook al
weer dat tijd alle wonden heelt?” Voorzichtig glij ik uit bed om de
slapende man naast me niet te wekken en 'trippel' op blote voeten de
trap af. Ze kijkt me lachend aan vanaf het kastje naast de bank. Het
vaasje naast de foto is nog leeg. Als ik de buitendeur open, stroomt
de koele geurige ochtendlucht naar binnen. Genietend snuif ik hem
diep mijn longen in. Dan pluk ik wat diep paarse akelei en flets roze
clematis en steek ze in het vaasje naast de foto. “Fijne Moederdag”
fluister ik zachtjes.
Met een kopje koffie zitten we samen op het bankje voor het huis, in
afwachting van 'wat komen gaat'. De zon warm op mijn gezicht, het
geluid van de waterpartij in de vijver, klaterend op de achtergrond.
Zijn eeltige hand pakt de mijne en zwijgend koesteren we onze
verbondenheid. Auto's rijden de straat in en al snel zijn alle
beschikbare parkeerplaatsen gevuld. Vanaf achterbanken en uit
kofferbakken komen bossen bloemen en dozen vol planten. Deuren gaan
open en hartelijke begroetingen weerkaatsen tegen de bakstenen muren.
En dan eindelijk zie ik een bekende auto voor rijden, helaas géén
plek meer om te parkeren, nog maar een rondje dan. Vanachter een
andere auto zie ik opeens een rood/wit gestippelde strik onze kant op
huppelen. Mijn hart buitelt in mijn borst. Onder die strik twee
diepbruine ogen en een stralende lach, in haar armen een pakje. “Voor
jou, oma!” Onze oudste zoon en zijn exotische prinses wandelen
achter haar aan. Twee armen om me heen. In zijn helderblauwe ogen
herken ik het kind dat van mij een moeder maakte. “Fijne moederdag, ma”. Niet veel
later arriveren onze dochter en schoonzoon en schuift de middelste
ook aan voor aardbeien taart en koffie. Mijn Moederdag kan niet meer
stuk! En op de scheur in mijn hart vormt zich een dun vliesje. Niet
de tijd heelt alle wonden maar liefde!!
donderdag 3 mei 2012
Niets veranderlijker dan een mens
Eindelijk!! Na jaren eenzame opsluiting zijn ze weer in ons midden. Ooit ben ik begonnen met een wandrekje van Ikea, al snel had ik twee van die rekjes nodig en besloten we om zo'n Lundia kastenwand aan te schaffen. Van 2 ging ik opeens naar 7 wandrekjes. Jaren verstreken, de snuisterijen en kinderspelletjes maakten langzamerhand plaats voor een groeiende collectie boeken. Computers bestonden wel maar niet in dit huishouden en televisie heeft me altijd maar matig kunnen boeien. Op een spannende film na, keek ik nauwelijks naar die buis. Daarin is nog steeds geen verandering opgetreden, ik lees liever. Na verloop van tijd veranderden onze .inrichtingswensen, de kinderen werden groter en er kwamen met de dag meer vrienden over de vloer. Ook groeide mijn aversie tegen het wekelijks afstoffen van de enorme rijen boeken. Een baan voor 40 uur, 3 pubers in huis en een wasmachine die overuren draaide, mét de daarbij behorende berg strijkgoed, dat alles zorgde ervoor dat ik aan lezen nauwelijks meer toekwam. Na rijp beraad besloten we dat de Lundia kastenwand ging verdwijnen en plaats zou maken voor een extra bank. Twee banken, twee fauteuils én een 'troon' voor hubbie, dat moest voldoende zijn om de gestage groep vrienden en kennissen allemaal van een zitplaats te voorzien. Bijkomend voordeel, een uur minder stofwerk per keer! Zo gezegd zo gedaan, de boeken werden uitgesorteerd, in kratten verpakt en op zolder gestationeerd. Na verloop van een paar dagen begon het gemis te knagen en stiekem sleurde ik weer wat boeken naar beneden. Ik stopte ze in een mand onder de tafel en kroop tijdens een onbespied uurtje met één van mijn lievelingen op de ( gloednieuwe) bank.
De pubers werden jong volwassenen en met tussenpozen van een paar jaar, zochten twee van de drie, een eigen stek. De bovenverdieping werd anders verdeeld en opeens had ik een kamertje voor mezelf. Een bureautje, een laptop en boekenplanken aan de wand. Naast lezen was schrijven inmiddels óók een hobby geworden. 's Avonds na het eten, trok ik me terug op mijn heiligdom, bordje “niet storen” aan de deur en 'oh wat was mama blij'. Lezen of schrijven, het was me om het even! Maar zoals altijd, komt aan alle mooie dingen vaak een abrupt einde. Zo óók aan mijn kamertje. Er veranderde het één en ander in onze gezinssamenstelling, we kregen er zomaar van de ene op de andere dag een kind bij waardoor we weer moesten gaan 'herinrichten'. Mijn kamertje werd logeerkamer voor kleindochter en broer ( die regelmatig een weekend bij ons verblijft) De grote logeerkamer werd slaapkamer voor het extra kind en 'mama'? Mama verhuisde met haar laptop naar de keukentafel. Het bureautje verdween naar de dochter die weer is gaan studeren en wél een 'eigen' kamertje heeft. Al moet ze dat wel delen met het drogende wasgoed. De boekenplanken bleven hangen zodat ik af en toe toch even kon genieten van mijn schatten.
En op een dag kreeg ik weer een vlaag van opruimwoede, de bovenverdieping was me al een tijdlang een doorn in het oog. Alle kasten werden leeg getrokken, de zolderverdieping werd ook niet gespaard en ik stond weer voor de keus. Boeken weg of een boekenkast aanschaffen want de planken begonnen door te buigen. Maar wààr haal ik zo gauw een nieuwe boekenkast vandaan? Dat heb ik nou altijd...klein budget en grootse plannen! Volgens 'hubbie' was er slechts plaats voor een smalle kast naast het kastje waarop zijn grote liefde ( de tv) staat. Een smal kastje?? Hallo, daar past nog géén tiende in! Weken heb ik gespeurd in kringloopwinkels en reclamefolders van meubelkoningen doorgesnuffeld. Had ik een wens die qua uitvoering wel mogelijk was maar beslist niet binnen mijn ( karige) budget paste. In mijn dromen zag ik een prachtige kastenwand voor me waarin alle boeken een plekje zouden vinden én ook nog plaats was voor dat zwarte monster.
Gisteren kwam onze dochter, ze wilde even naar Ikea of ik zin had om mee te gaan! Natuurlijk, je weet maar nooit! Al vaker heb ik voor een spotprijsje meubilair uit de koopjeshoek gesleurd. Dat we dan met een vervoersprobleem zitten, realiseer ik me pas als ik met zo'n enorm gevaarte buiten sta. ( zie verhaal over de keukenkast) En jawel, alsof het zo moest zijn!! In de koopjeshoek trof ik een geweldige ( niet al te grote) boekenkast van mijn keuze aan. Voor een schijntje mag ik wel zeggen, daar mag de kringloopwinkel een voorbeeld aan nemen! Tevens viel mijn blik op een alleraardigst klein meubeltje waarop de vriendin van hubbie zich absoluut thuis zou voelen. Aangezien er altijd méér kapers op de kust zijn, stuurde ik dochter erop uit om een medewerker te strikken. Even een boekenkast op een kar hijsen is geen klusje voor twee 'fragiele' vrouwtjes. Dat diezelfde 'fragiel' vrouwtjes uiteindelijk in de hal de kast uit elkaar moeten schroeven omdat ie niet onder de deurstijl doorpaste, tja een kleinigheidje hou je toch. Dan het hele gevaarte achterin een Polo'tje proppen, met zeven meter touw vastbinden en 'snel' huiswaarts. Voordat manlief op de stoep staat, moet de klus geklaard zijn! Oude kastje leegruimen ( godallemachtig wat kan ik tettrissen!!) Nieuwe kast in elkaar toveren, heel de bende opnieuw aansluiten, snoeren in een hoekje proppen, boeken naar beneden sleuren en hoppa..klaar is Kees, in dit geval Mar. Hubbie kwam thuis, overzag het 'slagveld' en zei..."doet de tv het?"
Toen ik vanochtend beneden kwam heb ik even genietend een stofdoek over de schatjes gehaald.....
woensdag 2 mei 2012
Vier het leven
30 april 2012 Westerbork
De zon strooit kwistig haar stralen
vanuit de strakblauwe hemel naar de aarde. Vogels fluiten uit volle
borst en het jonge groen ontvouwt zich waar je bij staat. Vanaf het
bankje kijk ik uit over een veldje omzoomt door lariksen. De nieuwe
naaldjes in teer groen, als kwastjes aan de takken. Mooi vind ik ze,
heb ik altijd al gevonden. Ik sluit eventjes mijn ogen om het moment
vast te houden. Dan is het voorbij en wandelen we over het
parkeerplaatsje terug naar onze auto. Het zit erop en we aanvaarden
de terugreis. Het is warm in de auto en al snel vallen mijn ogen
dicht, ik wordt in slaap gesust door het monotone geluid van de motor
en het suizen van de wind langs de geopende ramen.
“Mama! Mama!” Met een schok schrik
ik wakker, even heb ik geen idee waar ik ben. De vreemde droombeelden
vervagen snel behalve de zilvergrijze ogen van de jongen uit mijn
droom. Nog even vertoef ik in het vreemde droomlandschap. De laatste
flarden probeer ik met alle macht vast te houden. Het was zo'n mooie
droom! De zon stralend aan een strakblauwe hemel, een landschap dat
ik niet ken, groen, vooral groen! Hoge bomen met teer groen, alsof
het voorjaar was. Mijn voeten op jong gras aan de rand van verroeste
spoorrails. Tegenover me staat een jonge man, aan de andere kant van
de rails. We kijken elkaar aan en ik herken zijn ogen, zilvergrijs,
achter de brillenglazen. Het zijn de ogen van Levy. Een zachte bries
brengt de toppen van de bomen in beweging, het ruisen heeft iets
onaards, dan strijkt de wind over mijn gezicht en het zijne. Een vage
glimlach, een blik van herkenning en toen was het voorbij.
“Mamale, hoelang nog?”
“Geen idee, jongen.”
Het is donker in de treinwagon, we
zitten dicht op elkaar gepakt en aan mijn voeten ligt buurvrouw
Cohen. Ze is ziek maar dat heeft de Duitsers niet weerhouden om haar
op transport te sturen. Het stinkt naar uitwerpselen en braaksel, we
worden niet alleen vervoerd als vee maar óók behandeld alsof we
niets meer zijn dan varkens op weg naar de slachtplaats. Het
snerpende gefluit van de trein snijd door mijn ziel en ik wens dat er
snel een einde aan deze tocht komt. Hoewel....misschien ook niet want
aan het einde van de rit wacht de dood. Oh nee, mij hoeven ze niets
meer wijs te maken, ik ben niet gek! Ik wist het al toen we
opgeroepen werden, na alle verordeningen was dit nog slechts een
kwestie van tijd! Maup wilde de hoop niet verliezen maar we hadden
gewoon naar Rientje moeten luisteren! We hadden onder moeten duiken!
Maar nee, Maup wist het weer beter, de schlemiel.
“Mamale, ik heb honger”
“Ik weet het petsele, ik zal kijken
of ik nog iets voor je heb”
De kleine koffer heb ik angstvallig
dicht bij me gehouden, er mocht niet veel meer mee vanuit Westerbork,
een paar kappies brood heb ik tussen de hemden kunnen stoppen.
Buurvrouw Cohen maakt wat kreunende geluiden en ik voel haar
krachteloze hand op mijn enkel.
“Water” lispelt ze.
“Jaja, zo meteen, eerst Levy en dan
ben jij aan de beurt.”
Het bonken van de wielen op de rails
zorgt ervoor dat mijn rug aanvoelt als een geknakte tak. Ik sluit
mijn ogen nog even en vouw mijn handen over het ongeboren leven in
mijn buik. Wat voor kleur zouden die ogen zijn? Ook zilvergrijs of
misschien wel het hemelsblauw van Maup. Zullen die ogen überhaupt
ooit de hemel zien? Ik sluit mijn oren voor de geluiden om me heen,
het ingehouden snikken, de braakgeluiden en het rammelen van de
sloten aan de buitenkant van de wagons.
“Mamale, ik denk dat we er zijn!”
De trein mindert vaart en ik hijs me
overeind om tussen de spleten van de planken door, een glimp op te
vangen van de wereld. Alweer dat snerpende gefluit van die ellendige
locomotief. De avondlucht is rood gekleurd en een overweldigende
stank vult mijn neusgaten.
“Wat is dit?”
Levy's hand klemt zich vast de mijne en
ik probeer in het donker zijn gezicht te zien.
“Rustig maar hartse, alles komt goed”
Terwijl ik het zeg weet ik dat het
nooit meer goed gaat komen. Dan stopt de trein en worden de luiken
geopend. Sobibor.
Ik wordt door één van de mannen op
het perron uit de wagon getrokken en sleur Levy met me mee, de koffer
blijft achter. In een lange rij worden we opgesteld en er worden
bevelen geschreeuwt in het Duits. Ik versta ze wel maar wil ze niet
horen...”Laufen..dreckige Juden”
“Wat zeggen ze, mamale?”
“Niks bekl, niks bijzonders!”
De stank is overweldigend, daar zijn de
stinkende veewagons helemaal niks bij. Zelfs de bewakers lopen met
zakdoeken voor hun mond en ik zie ze kwistig schudden met hun flesjes
'4711' Kölnisch Wasser...
“Waar is buurvrouw Cohen??”
We strompelen voort totdat ik zie dat
mensen gescheiden worden, twee rijen. De duim wijst naar links of
naar rechts. Ik knijp Levy's hand bijna fijn en trek hem steeds
dichter tegen me aan. Wanhoop vult mijn hart. “Had nou maar naar
Rientje geluisterd, Maup!” Maar Maup is niet hier, hij is al eerder
op transport gegaan. Naar een 'werkkamp'. En dan sta ik voor hem,
zijn priemende zwarte ogen werpen een ongeinteresseerde blik over
mijn sjofele gestalte. Met een snelle beweging rukt hij mijn jas open
en ziet mijn welvende buik.
“Ach...noch einer stink Jude”hij
wijst naar rechts. Ik sleep Levy met me mee maar dan stapt hij naar
voren en trekt hem van me los.
“Mama...mama!!”
Spartelend hangt hij een halve meter
boven de grond en de smerige blik van zijn belager maakt de leeuwin
in me los. Een forse trap in mijn rug en ik val. Een zwarte laars
komt richting mijn gezicht, bloed vult mijn mond.
“Mama!!”
Levy valt voor me op de grond en de
officier haalt een kleine rijzweep tevoorschijn. Alsof alles
vertraagd wordt afgespeeld zie ik zijn arm naar beneden zwaaien en de
zweep op Levy's rug terechtkomen. Zijn ogen, zijn mooie zilvergrijze
ogen, vullen zich met tranen. En weer, en weer striemt de zweep op
mijn kind. De laars op mijn rug zorgt ervoor dat ik niet overeind kan
komen. Een schaterlach vult mijn oren. Aan mijn haren word ik
overeind gesleurd en kan nog nét een laatste blik op mijn kind
werpen, voordat hij aan zijn armen weggesleept wordt, naar links.
Zijn bloesje is kapot geslagen en het bloed trekt een spoor over het
perron.
“Mam, hé mam”
Een tikje op mijn schouder en ik open
mijn ogen. Verdwaasd kijk ik naar buiten. We staan op de
parkeerplaats voor ons huis.
“Mam, ik wil eruit...doe de deur eens
open en stap uit!”
Met stijve knieën stap ik uit en geef
mijn zoon de kans om ook uit de auto te kruipen. Ik kijk hem aan en
zie een vage glimlach om zijn lippen en zijn ogen, zijn zilvergrijze
ogen......
Abonneren op:
Posts (Atom)

.jpg)
