donderdag 6 december 2012

Het Sprookjesboek, deel 2


Deel 2.

Het is bijna kerst, mijn vader zit op de grond omringt door karton en tekenpapier. Onder zijn vaardige handen ontstaat een gebouwtje, een kerkje! Hij knipt mooie raampjes uit en plakt er met wat Velpon een stukje rood crèpepapier achter. Als het straks klaar is gaat er een snoertje met een lampje in, zodat de raampjes mooi rood oplichten. Hij plaatst het gebouwtje op een stuk stevig karton en strooit er brokjes “nepsneeuw” op. Mama opent de huiskamer-deur met een zwaai en de brokjes sneeuw waaien alle kanten op. Papa moet lachen maar mama niet. Haar gezicht is bleek en ze heeft donkere kringen onder haar ogen. De zorgen tekenen haar gezicht. Bijna kerst en géén rooie cent in huis. Waar haalt ze het geld vandaan om een kerstboom te kopen en kadootjes? Sinterklaas was dit jaar ook al zó karig. Mijn blijdschap om het kerkje verdwijnt en de loodzware last van altijd geldgebrek neemt de plaats van mijn vreugde in. Ondanks haar moeite om de zorgen voor mij te verbergen weet ik hoe het zit. Het wekelijkse loonzakje van mijn vader is nauwelijks voldoende. De huurbaas eist zijn deel en ook de man die de muntjes brengt voor de elektriciteitsmeter moet betaald worden. Wat overblijft wordt verdeeld over de kruidenier en andere winkeliers waar we de hele week op “de pof” gekocht hebben. Er blijft nooit iets over en soms kan zelfs de kruidenier niet betaald worden. Antraciet is duur dus halen we eierkolen. Die branden wel sneller op en geven minder warmte maar er zit niks anders op. Soms staan de ijsbloemen tot laat in de middag op de ramen omdat mama de kachel niet aan kan steken.

 Vandaag hoef ik geen boodschappen te doen, vandaag gaat mijn moeder zélf! Ze loopt naar de kast in de hoek van de kamer en pakt haar portemonnee en de zegelboekjes. Elke week plakt ze trouw de spaarzegeltjes op die ze ontvangt van de kruidenier na het betalen van de rekening. Zo'n boekje brengt twee gulden en vijftig cent op! Ze wenkt me met haar hoofd en vraagt me om met haar mee te gaan. Eigenlijk heb ik er geen zin in, ik wil bij mijn vader en het kerkje blijven. Hij lacht naar me en beloofd dat we vanmiddag nog iets gaan maken! Een verrassing!

Het is nog steeds naar guur weer en mijn moeder kleed me goed aan. Dan gaan we! Eerst naar de kruidenier om de zegelboekjes in te leveren en de rekening te betalen. Dan naar de bakker en groenteboer. Nét als ik denk dat we naar de slager gaan, steekt mijn moeder de straat weer over. We lopen naar het deel waar de boekenwinkel zit. Daar kom ik bijna nooit! Het is een mooie winkel met in het midden een grote tafel waarop allerlei dingen staan uitgestald. Natuurlijk boeken voor grote mensen maar óók sprookjesboeken en knutselspulletjes. De grote boekenkasten langs de wanden zijn afgeladen met boeken en ik vraag me af wat er allemaal in staat. Zoveel boeken, zoveel te lezen maar ik kan nog maar nauwelijks lezen, ik ben nog maar 6 jaar. Mijn moeder laat mijn hand los en fluistert me toe dat ik wel even rond mag kijken, misschien mag ik zelfs nog wel iets uitzoeken! Ik weet precies wat ik wil en meteen ren ik naar de hoek waar de “aankleedpopjes” staan. Het zijn boekjes waar allerlei kleertjes in staan die je uit kunt knippen met van die witte stukjes die je dan om kunt vouwen zodat ze aan het kartonnen popje blijven hangen. Ik ben gék op die boekjes! Mijn moeder voert op zachte toon een gesprek met de man van de boekenwinkel en wijst naar iets wat op de toonbank ligt. Ik schenk er verder geen aandacht aan, de boekjes met de aankleedpopjes zijn véél belangrijker! Er staat nóg een klant in de winkel en als ik vlak bij hem ben, herken ik de man die me vorige week zo'n schrik aan gejaagd heeft. Hij staat met zijn rug naar me toe maar ik wéét zeker dat hij het is! Stokstijf blijf ik staan en dan draait hij zich om. Hij brengt zijn hand naar zijn mond en legt een vinger over zijn lippen. Mijn hart slaat bijna op hol van angst en ik ben blij als mijn moeder opeens achter me staat.
“Wat is er?” vraagt ze.
“Wil je geen aankleedpopje uitzoeken?”
Ik schud van nee en wil maar één ding, zo snel mogelijk de winkel uit!
Eenmaal buiten kijk ik nog een keertje om maar ik zie hem niet meer. Mijn moeder hervat haar weg met mij aan de hand en we lopen terug naar huis, de slager slaan we deze week over.

Als we thuis komen heeft mijn vader de knutselspullen op de eettafel uitgespreid, er staat een lege haarlakbus bij. Ik begrijp er niets van. Ik schuif aan tafel en kijk met grote ogen toe hoe hij van de lege bus zomaar een kerstman maakt! Van het rode crèpe-papier maakt hij het pak en de dop wordt de muts. Van het witte tekenpapier maakt hij een gezicht en een flinke pluk watten stelt de baard voor. Hij komt op het dressoir te staan, naast het witte kerkje met de brokjes nepsneeuw. Als de bel gaat en mijn grootouders binnen komen,  ben ik de man uit de boekenwinkel alweer vergeten. Oma heeft een tas boodschappen meegebracht en opa stopt mama wat geld toe. Vanaf mijn plekje aan de eettafel kan ik zien hoe ze heimelijk een traan van haar gezicht veegt, voordat ze het geld in haar schortzak stopt. Misschien kunnen we dan toch een kerstboom kopen!

Die avond, als ik in bed lig, komt de gedachte aan die man in de boekenwinkel weer terug. Waarom maakte hij toch dat “ssstt” gebaar, waarom mocht ik niks zeggen? Ik heb ook niks tegen mijn moeder verteld! Maar toch kriebelt het een beetje in mijn buik als ik eraan denk en ik kan de slaap niet vatten. Als mijn moeder nog even komt kijken voor ze zelf naar bed gaat, fluister ik zachtjes dat ik nog wakker ben. Ze gaat op het randje van mijn bed zitten en vraagt waarom ik niet kan slapen. Ik zeg dat ik het niet weet maar dat ik een beetje bang ben. Ze doet het licht in de gang aan en laat de deur op een kiertje staan. Bij de deur draait ze zich nog een keertje om en werpt me een kushand toe. Ik doe hetzelfde. Die nacht droom ik van kerstmis met alles erop en eraan. Een feestelijk gedekte tafel. Mijn vader en moeder hand in hand bij de kerstboom vol flonkerende lampjes en mijn broertje in de box bij de kachel. Onder de boom kleurige pakjes en sneeuw, véél sneeuw!
Als ik 's ochtends wakker wordt, staan de ijsbloemen dik op het slaapkamerraam en is het nog doodstil in huis. Zachtjes sluip ik mijn bed uit en trippel over de koude tegels door de gang. Voorzichtig open ik de deur naar de slaapkamer van mijn vader en moeder en schuif tussen hen in onder de warme dekens. Mijn moeder slaat haar armen om me heen en duwt mijn koude voeten tegen de rug van mijn vader die meteen klaarwakker schrikt. We stoeien en lachen wat totdat mijn broertje, in het ledikantje aan het voeteneind van het bed, wakker wordt en zijn deel van de pret opeist.

De dagen verstrijken, ik ga naar school en elke dag mag het kaarsje in de uitgeholde aardappel op mijn tafeltje, even aan. Tijdens de donkere ochtenduren flakkeren de kaarsvlammetjes in het klaslokaal en de juffrouw verteld elke dag een deel van het kerstverhaal.

Eerste kerstdag 1964

Het heeft vannacht gesneeuwd, het is heel stil buiten. Naast mijn hoofd op het kussen, ligt een klein cellofaan zakje gevuld met kleine groene hulstblaadjes en rode besjes, van snoep natuurlijk. Op het zakje een klein popje gemaakt van vilt. Het stelt een klein kerstvrouwtje voor, met witte schaatsjes aan. Ik hoor gerommel vanuit de keuken en met het pakje in mijn hand huppel ik op blote voetjes door de ijskoude gang. Dan blijf ik stokstijf staan, door de open huiskamerdeur zie ik de kerstboom, versierd met ballen en slingers. Aan de takken bungelen prachtige lampjes en aan de voet bij het houten kruis liggen pakjes! Mijn moeder kijkt me glimlachend aan, ze heeft mijn broertje op haar arm en roert in het pannetje pap op het fornuis.
“Even wachten meisje, zo  meteen mag je je pakjes uitpakken.”
Het wachten duurt lang maar dan is het eindelijk zover! Uit het eerste pakje komt een prachtige rood/witte Noorse trui, tevoorschijn. Ik strijk met mijn handje over de sterren en rendieren die liefdevol door mijn moeder ingebreid zijn. Het volgende pakje bevat een bijpassende muts en sjaal. ( hoeveel nachten heeft ze heimelijk gebreid?)  Nóg een pakje waarin twéé “aankleedpopjes” boekjes zitten en dan een beetje verscholen achter de stam, ontdek ik nóg een pakje.  Mijn vader kijkt verbaasd naar mijn moeder die een beetje heimelijk haar hoofd schud. Ongeduldig trek ik het papier eraf en staar naar wat er tevoorschijn is gekomen. Een groot dik boek, gebonden in wit leer met gouden opdruk. “Sprookjes van Andersen” staat er. Voorzichtig sla ik het open en ontdek naast de vele letters ook prachtige gekleurde prenten. Ik ben zó blij met dit prachtige kado! Mijn eerste échte boek! Ik klem het tegen mijn borst en kijk op naar mijn ouders, nog juist zie ik een schim bij het voorkamer raam voorbij schuiven. Was dat nou die man met die hoed?

woensdag 5 december 2012

Het Sprookjesboek, een sprookje in 6 delen.




Deel 1
December 1964.

Het is koud, heel erg koud! Een gure noordenwind waait door de straten en de grijze lucht voorspelt niet veel goeds. Mama knoopt de sjaal stevig rond mijn nek en duwt het 'boodschappenboekje' in de zak van mijn jas.
“Weet je het nog?” vraagt ze.
Ik probeer te knikken maar de sjaal  rondom mijn hals zorgt ervoor dat ik nauwelijks een beweging kan maken.
“Jawel, éérst naar de groenteboer, dan naar de bakker, naar de kruidenier en als laatste naar de slager.”
“Goed zo”  Ze opent de buitendeur waardoor er meteen een flinke tocht-vlaag naar binnen waait. De kou prikt in mijn ogen en ik stap  naar buiten. Ik draai me nog een keertje om maar de voordeur is alweer gesloten. Snel loop ik naar de hoek van de straat en kijk goed links en rechts voordat ik oversteek. De groenteboer bevindt zich ergens halverwege de straat in een kelderpandje, ik daal voorzichtig de paar treetjes af en sta meteen tussen de houten kisten vol aardappels, penen en uien. Er staan nog wat mensen voor de kleine toonbank waarop een grote weegschaal met zo'n metalen schaal staat. Dan ben ik aan de beurt en ik overhandig mijn boodschappenboekje aan de man achter de toonbank. Hij heeft een klein brilletje op zijn neus en hij kijkt over de glaasjes heen als hij iets tegen me bromt vanonder zijn snor. Ook al versta ik hem niet goed ik weet tóch wat hij zegt;
“Zeg tegen je moeder dat ze zaterdag af moet komen rekenen want er staat nog iets van vorige week!”

Zó gaat het elke week! Overal waar ik kom met mijn boodschappentas en boekje krijg ik hetzelfde te horen. Met tegenzin stopt de groenteboer de gevraagde boodschappen in mijn netje; een kleine rode kool en wat aardappels. Ik vervolg mijn weg naar de bakker. Ook daar de mededeling dat mijn moeder moet komen betalen en een halfje on-gesneden wit omwikkeld met een papiertje verdwijnt in mijn tas. Onderweg naar de kruidenier pulk ik voorzichtig een plukje brood uit het halfje. Mijn want hangt bungelend aan het koordje uit de mouw van mijn jas. Meteen voelt mijn hand ijskoud en met moeite draai ik een klein balletje van het verse broodkruim wat ik snel in mijn mond stop. Straks krijg ik weer een donkere blik omdat ik aan het brood gepulkt heb! Als ik de deur van de kleine kruidenierszaak open,  klinkt het koperen belletje vriendelijk. Het is warm binnen en de houten vloer is bijna wit geschrobd met bleekwater. Ik kom hier graag! De kruidenier is de vader van mijn vriendje Piet en soms mogen we in het opslagschuurtje achter de winkel spelen. De hoge toonbank beslaat bijna de hele lengte van de winkel.  Ik kan er niet overheen kijken! De uitgestalde spullen staan achter glazen ruitjes en ik zie doosjes met geheimzinnige inhoud. Met moeite spel ik het opschrift; “Sun-Maid rozijnen.”
Aan het einde is de toonbank een stuk lager en daar loop ik naar toe. Er zijn nog meer klanten in de winkel en de vader van Pietje is druk bezig. Ik vind het niet erg en verlekker me intussen aan het snoepgoed dat uitgestald ligt onder de glazen bovenkant van de toonbank. Duimdrop, brokken witte borsthoning, salmiakpoeder in kleine cellofaan zakjes en rode lollies  Soms, héél soms krijg ik een stuiver en kan er dan uren over doen om iets te kiezen. Neem ik twee stukken duimdrop of alleen een brok van het witte kleverige goedje waar je dagen aan kunt sabbelen?

Mijn ogen dwalen van de lekkernijen naar de klanten in de winkel. Ik herken een buurvrouw van even verderop uit de straat. Ze kletst maar door en de andere klant, een lange man met een zwarte jas en hoed staat wat ongeduldig te wippen op zijn tenen. Opeens kijkt hij mijn kant op en zijn helderblauwe ogen kijken me vriendelijk aan. Hij schenkt me een dikke knipoog. Ik wend snel mijn hoofd af, de woorden van mijn moeder galmen meteen in mijn zesjarige hoofdje.
“Nooit met vreemde mensen praten!!”
De moeder van Piet komt vanuit de huiskamer achter de winkel en schuift zó achter de toonbank. Ze strijkt wat losgeraakte plukken haar achter haar oren en vraagt aan de man waarmee ze hem van dienst kan zijn. Ik volg haar bewegingen als ze koffiebonen in een zakje schept en afweegt op de weegschaal. Dan een zakje suiker vanuit een andere bak achter de toonbank. Eindelijk verdwijnt de praatgrage buurvrouw en ben ik aan de beurt. Een beetje verlegen overhandig ik de vader van Piet het boekje. Hij leest de paar woorden die er staan en pakt zonder iets te zeggen het gevraagde in. Nauwgezet schrijft hij de prijzen achter de geschreven woorden van mijn moeder en geeft het aan me terug.
“Zeg maar tegen je moeder dat ik straks de zakjes kolen kom brengen.”
Ik knik en stop de boodschapjes bij de rest in mijn tas. Nog één winkel te gaan.

De man is inmiddels ook klaar en heeft afgerekend.  Hij loopt voor me uit naar de winkeldeur en houd hem galant voor me open. Als ik naar hem opkijk zie ik weer die stralende blauwe ogen onder de rand van zijn hoed en wéér krijg ik een knipoog. Snel schuif ik langs hem heen naar buiten en zo rap ik kan, met mijn inmiddels toch wel zware boodschappentas, leg ik de paar meter naar de slagerij af. De helder verlichte winkel op de hoek van de straat ruikt naar vlees. De wit betegelde wanden en zwart/wit geblokte vloer maken dat het altijd koel aanvoelt. De slager met zijn bloed bevlekte schort en blozende gezicht staat achter het hakblok en draait zich bij het geluid van de winkelbel, om. Zijn brede glimlach beloofd straks weer een dikke plak worst! Als ik hem mijn boekje toesteek, schudt hij resoluut zijn hoofd.
“Nee, ik weet wel wat je moeder nodig heeft!!”
Hij reikt in de toonbank naar de schaal gehakt en trekt er een flinke pluk af die hij niet eens weegt! Snel rolt hij het vlees in een stukje papier waarna hij er een bruin pakpapiertje omheen vouwt. Dan pakt hij de grote leverworst die aan een haakje hangt en snijdt er een flinke plak af.
“Zo meissie”, fluistert hij samenzweerderig “lekker opeten en tegen niemand zeggen!!”
Hij werpt nog snel een blik over zijn schouder om te kijken of zijn vrouw niet in de buurt staat en schuift het pakje vlees over de toonbank naar me toe. Ik snap er eigenlijk niks van maar neem het pakje in ontvangst en stop de leverworst in mijn mond. Genietend kauw ik op het kruidige vlees.

Het is inmiddels bijna donker en de straatlantaarns floepen aan. Als ik vanuit de helder verlichte slagerij de straat op stap, zie ik de man weer staan. Hij staat met zijn rug naar me toe en lijkt te wachten tot hij de straat over kan steken. Op het geluid van de tinkelende winkelbel, draait hij zich om. Deze keer een glimlach op zijn gezicht, zijn jas hangt open en flapperd in de wind. Als twee vleugels rijzen de panden omhoog achter zijn rug. Ik druk me tegen de winkelpui aan en twijfel of ik door zal lopen of maar weer de winkel in zal gaan. In mijn kindergeest doemen de schrikbeelden op van de gefluisterde verhalen die ik af en toe opgevangen heb. “Kinderlokkers!!”  Op het moment dat hij een stap in mijn richting zet, open ik mijn mond om te gaan gillen. Hij steekt zijn hand naar me uit en dan zet ik het op een lopen. Ik laat de boodschappentas staan en ren naar de veilige haven van ons huis, slechts een kleine vijftig meter verderop. Het lijkt wel uren te duren voordat mijn moeder de deur opent terwijl ik in paniek met mijn kleine vuisten op het hout roffel. Ik val bijna naar binnen en verberg mijn gezicht tegen haar warme lijf. Snikkend vertel ik haar van “de kinderlokker”. Ze opent de deur weer en stapt zonder jas naar buiten. De straat ligt er verlaten bij in het licht van de lantaarns. Naast de voordeur staat de 'vergeten' boodschappentas. Zonder de man te zien, verscholen in het portiek aan de overkant, pakt mijn moeder de tas en sluit de deur. Ze stalt de boodschappen uit op de keukentafel en vraagt het boekje terug. Ik geef haar meteen de boodschap van de groenteboer en bakker. Ze knikt en ik zie nog net hoe een traan langs haar wang naar beneden glijdt voor ze zich omdraait naar de ketel wasgoed die op het gasstel staat te koken. Vanuit de huiskamer klinkt het gekraai van mijn broertje die in de box dichtbij de snorrende kolenhaard staat. Het voorval met de man is vergeten en ik steek mijn handjes door de spijlen heen om zijn zachte roze wangetjes te strelen.

zondag 2 december 2012

De Sneeuwbol, deel 5



De sneeuwbol 5.

Die nacht sneeuwt het onophoudelijk en als ik 's ochtends de gordijnen open schuif weet ik niet wat ik zie! Een enorm pak sneeuw bedekt de wereld, zeker een halve meter! Auto's op de parkeerplaats zijn slechts grote bulten in het landschap dat totaal niet herinnerd aan hetgeen ik ken. Snel haal ik de kleine meid uit bed en laat haar het witte wonder zien. Slaapdronken wrijft ze in haar oogjes en mompelt; “nét als in het verhaal van Sarah”

Ondanks de witte pracht maak ik me toch ook zorgen, nog maar een paar dagen voor kerst en ik moet toch écht boodschappen doen. We wonen te ver van winkels om dit lopend te kunnen doen, ik heb de auto nodig. En hoe komen de mannen vandaag op hun werk? Voorlopig zal er eerst flink sneeuw geruimd moeten worden! Eerst maar een ontbijtje maken en de kachel opstoken. Misschien krijg ik al doende wel een idee.

Terwijl ik de tafel dek, rommelt de kleine meid om me heen. Opeens zegt ze; “Oma, ik heb vannacht samen met Sarah bij de kerstboom gedanst!” Ik kijk naar haar en geniet van de dromerige uitdrukking op haar gezichtje, heerlijk toch dat je als kind nog zó kunt geloven in de magie van sprookjes. Eigenlijk ben ik best wel verbaasd over mijn eigen fantasie. Dat sprookje van gisteravond rolde zomaar uit mijn mond, alsof het al lang geleden in mijn hoofd was geplant. Ach misschien heb ik het ooit ergens gelezen of gehoord toen ik nog klein was. Het geheugen van mensen is een wonderlijk iets! Al mijmerend over mijn vroegste jeugd, mijn vader kon namelijk ook de prachtigste verhalen verzinnen, smeer ik een sneetje brood voor haar en schenk een kopje thee in. De jongens zijn inmiddels ook beneden en schuiven aan. Nét wakker hebben ze weinig oog voor de buitenwereld, eerst moeten rammelende magen gevuld worden. Na het ontbijt gaan zij sneeuwruimen en ik met de kleine de slee uit de schuur halen, de slee waar al mijn kinderen ook op gezeten hebben. De slee waar hun vader een mooi leren kussentje op gemaakt heeft, zodat ze lekker zaten. Het is trouwens dezelfde slee waar we zo'n dertig jaar geleden een ongelooflijke stunt mee hebben uit gehaald.

Het was nét zo'n winter als nu en de sneeuw lag al dagen in dikke hopen opgewaaid. Het was op 31 december en we woonden sinds een paar weken in ons nieuwe huis. Samen met de nieuwe buren hadden we een groot Oud&Nieuw feest georganiseerd en de drankjes vloeiden rijkelijk. Zoals altijd wanneer de drank is in de man, de stemming werd joliger en joliger. Éen van de mannen kreeg opeens het geweldige idee om te gaan sleeën! Alleen...niemand had trek om de slee met twee buurvrouwen te trekken. Mijn hubbie, erg fantasievol als altijd, kwam met het geweldige idee om de slee achter de auto te binden. Welja, er werd een trekband te voorschijn gehaald en de slee werd bevestigd. Twee buurvrouwen namen plaats op het sleetje en hubbie achter het stuur van mijn Mini Cooper.  Zachtjes gaf hij gas en trok de sleepkabel strak, alleen de slee kwam niet van zijn plek. Nog maar een beetje gas erbij, de kabel werd langer en langer en nog steeds stond de slee met de twee vrouwen op dezelfde plek. De opmerkingen waren gevarieerd, de meeste aan het adres van de, nogal stevige, achterbuurvrouw. Opeens kwam er beweging in de slee en wel zodanig snel dat we amper konden zien wat er nu eigenlijk gebeurde. De twee vrouwen lagen op de straat en de slee klapte in volle vaart onder de Cooper! Een geluk bij een ongeluk want wàt als de dames zich iets steviger vastgehouden hadden?? Achteraf konden we er om lachen en ook nu nog kruipt er een glimlach over mijn gezicht!

Na een rondje dorp met kleindochter op de slee kan ik het zweet van mijn gezicht vegen, tjonge nu merk ik toch wel dat ik een dagje ouder word. Trok ik vroeger met gemak drie kinderen door de sneeuw, nu loop ik rood aan met één! Het wordt tijd dat ik haar naar huis ga brengen, zodat ik nog wat tijd over hou om boodschappen te gaan doen. Het leven van een (groot)moeder gaat niet over rozen  maar op dit moment wel over sneeuw! Ik twijfel of ik nog naar de stad ga, misschien kan ik beter in het dorp verderop bij de buurtsuper wat halen en afwachten wat het weer de komende dagen doet.

Nog 1 dag voordat het kerst is en nog steeds sneeuwt het, de mannen hebben een pad geschept van de voordeur naar de auto en ik loop inmiddels tussen de sneeuwmuurtjes. De kinderen uit de buurt hebben in elke tuin wel een sneeuwpop gemaakt en de vrolijk wapperende sjaals en oranje wortelneusjes begroeten me als ik de post uit de brievenbus ga halen. Kerstkaarten stromen nu binnen en de linten van de rode strik zijn al vol, ik plak ze met een stukje tape op de deur ernaast. Het geeft me een warm gevoel dat zoveel mensen nog de moeite nemen om een handgeschreven kaartje te versturen.  De afgelopen twee dagen heb ik de meeste kerstinkopen wel binnengehaald en het konijn ligt inmiddels in de marinade en kan vanavond in de braadslee. Gelukkig heb ik zelfs nog een prachtige piek op de kop kunnen tikken, helaas géén gouden ster maar een zilveren piek met vier kleine belletjes. Bij de minste of geringste beweging van de boom laten ze hun tinkelende geluidje horen.

Ik verheug me op morgen, als de pakjes onder de boom liggen en mijn hele gezin compleet is. Het enige dat nog ontbreekt is een bijzonder presentje voor onze kleindochter, de afgelopen dagen heb ik gezocht en gezocht maar niets voldoet aan mijn gevoel voor haar wat ik door middel van dit cadeautje wil uitdrukken. Natuurlijk zal ze blij zijn met de pop en de kleertjes die ik al gekocht had maar ik weet zeker dat ze verwacht dat ik die bijzondere sneeuwbol voor haar zal kopen. Helaas ….ik heb mijn best gedaan maar het winkeltje niet meer gevonden. Spijt knaagt aan mijn hart, dat ik toen op dàt moment niet tóch die bol heb gekocht. Soms krijg je maar één kans!

Kerstavond,  het vuur in de haard knappert vrolijk en samen met mijn liefste geniet ik van dit moment. De lampjes van de boom verlichten de half duistere kamer en ik steek de kaarsjes aan. Het huis ruikt naar vroeger, naar gebraden konijn en tutti frutti.  In gedachten zie ik mijn moeder druk bezig in de keuken en samen met mijn vader tuig ik de kerstboom op.  Het is traditie dat wij dat op kerstavond pas doen, mijn zusje en broertje zullen geloven dat de Kerstman het gedaan heeft. Zoals ook ik ooit geloofde dat er in de kerstnacht wonderen konden geschieden. De magie leefde toen nog in mijn hart. Jammer dat het leven je dit gevoel ontneemt, dat niemand meer in wonderen gelooft. Het leven zou zoveel mooier zijn, elke dag als een wonder te omarmen en de magie te kunnen zien in alles wat er gebeurt. Op een moment als dit zou ik zomaar weer in wonderen kunnen geloven. Mijn blik dwaalt naar buiten en ik aanschouw de witte stille wereld. De sneeuw glinstert in het maanlicht, het is een heldere nacht! Sterren flonkeren aan de hemel en ik voel de behoefte om  naar buiten te gaan, zomaar even stil en helemaal alleen. Eenmaal buiten valt de stilte als een warme omhelzing over me heen, ik haal diep adem en voel de vrieslucht tintelen in mijn longen waarna het als dampende stoomwolkjes weer tevoorschijn komt. Het is zo'n avond waarop je bijna verwacht een slee met rendieren langs de maan te zien scheren. Dan valt mijn blik op een wel heel erg heldere ster. Knipperend lijkt hij steeds dichter bij te komen. Rondom de ster een waas van gouden schittertjes. Ademloos volg ik de bewegingen van de ster totdat.......De buurman van twee huizen verderop zijn voordeur uitstapt om zijn hond uit te gaan laten. “Goeienavond” bromt hij vanachter zijn sjaal, de hond, een vrolijke zwart-wit gevlekte 'stoffer', ploegt al blaffend door de sneeuw mijn richting uit. De betovering is verbroken, de ster is verdwenen....of heb ik het me weer gewoon verbeeld?!

Fris en tintelig ga ik terug naar binnen maar het warme huis en de geuren zijn bedwelmend, mijn ogen vallen al snel bijna dicht. Het vuur van de open haard smeult naar zijn einde en ik loop mijn laatste ronde voor deze dag, onderwijl de lampen en kaarsjes dovend. Als laatste doe ik de lampjes van het kerstdorpje uit en dan valt mijn blik op één van de huisjes. Ik pak het op maar weet eigenlijk al, voordat ik het goed bekijk,  dat dít het kerstwinkeltje is waar ik de sneeuwbol gevonden heb. Ik krijg een vreemd gevoel van binnen, alsof droom en werkelijkheid door elkaar heen lopen. Met trillende handen zet ik het pandje terug op de plek waar mijn kleine meid het neergezet had. Nu pas valt me op dat de opstelling vrijwel gelijk is aan de winkelstraat in de stad. Wat een vreemd toeval.

Als ik lekker onder mijn flanellen dekbedje lig, komt de ster weer in mijn gedachten. “Zou dàt nou de beroemde “Kerstster” geweest zijn?” Inwendig grinnikend stel ik me zo voor dat er ergens drie wijzen op pad zijn om de “nieuwe Messias” eer te gaan bewijzen. Deze keer waarschijnlijk geen mirre, wierook en goud maar een mooie nieuwe laptop, I-Phone en een plasma TV! Met die gedachte val ik in slaap om even later weer wakker te worden omdat het opeens wel érg licht is in de slaapkamer.  Als ik mijn ogen open doe moet ik gewoon even knipperen, zó fel!. Aan het voeteneinde van mijn bed ontwaar ik een gestalte omringt door heldere gouden schitteringen en na even focussen herken ik vaag de vrouw uit het kerstwinkeltje, die toch ook wel een beetje op mijn moeder lijkt.  Ze heeft iets in haar handen die ze uitstrekt in mijn richting.  Het is de sneeuwbol!! Ik steek mijn handen uit om hem in ontvangst te nemen en op het moment dat onze handen elkaar raken licht de bol helder op, in zijn binnenste de kerstboom met de kleine gouden ster. Ademloos kijk ik in de bol om te zien dat de kleine kerstboom verdwijnt, een lege bol met alleen wat poedersneeuw blijft over. Zachtjes begint het speeldoosje te klingelen en eindelijk herken ik het liedje! Mijn ogen zoeken de ogen van de vrouw aan het voeteneind en ze lacht me stralend toe.

Dan hoor ik haar stem in mijn hoofd; “Kijk in de bol!” Ik kijk en zie mijn verrukking over de eerste sneeuw, mijn rotsvaste geloof in Sinterklaas en de Kerstman. De elfjes en feetjes die me vergezellen op mijn wandelingen door de natuur. Ik zie mezelf als tiener, liefdevol mijn jongere broertje en zusje inwijden in de geheimen van de magie. Hun van geluk en verwondering stralende ogen als ze op eerste kerstdag de kerstboom in volle glorie zien staan met de pakjes eronder. Dan later, als mijn eigen kinderen klein zijn en ik ze voor het slapen gaan sprookjes voorlees, opnieuw de traditie voortzet van de magische kerstnacht door pas op 24 december de pakjes onder de boom te verstoppen.  Uiteindelijk zie ik mijn kleindochter, dansend rond een kleine kerstboom, samen met een klein meisje op blote voeten. En dan zie ik het....dat kind, dat ben ik! De sneeuwbol is mijn hart, mijn onschuldige pure kinderhart waar ik altijd dat kind ben gebleven, gelovend in het zuivere en goede op de wereld. Gelovend in de magie van het leven, wachtend op het wonder van de kerstnacht.  .

Ik open mijn ogen en het is weer donker in mijn slaapkamer, mijn handen zijn leeg maar ik voel vlinders in mijn borst, het kind in mijn hart is eindelijk gewekt, bevrijd!. Ik kijk op de klok om te zien dat het één minuut over twaalf is.....het is kerstmis! Zachtjes, om mijn man niet wakker te maken, glip ik mijn bed uit en sluip de trap af naar beneden. Als ik halverwege ben, hoor ik het geluid van een speeldoosje...heel ijl en zacht. Als ik de kamer binnen kom staat de sneeuwbol op het tafeltje naast de kerstboom, zacht verlicht door de heldere manestralen  In zijn binnenste een kerstboom met op de top een gouden ster en een kring van kinderen dansend om zijn stam. Sneeuwvlokjes dwarrelen traag rond om te landen op de takjes van de boom en de hoofdjes van de kinderen. Even, héél even schittert het gouden sterretje alsof het naar me knipoogt! Het wonder is geschied! Wat zal de kleine meid blij zijn dat ze tóch haar sneeuwbol krijgt!





donderdag 15 november 2012

De Sneeuwbol, deel 4


De sneeuwbol 4.

De volgende ochtend staat mijn kleindochter met glimmende oogjes toe te kijken hoe oma de kerstballen te voorschijn haalt. Er is ook een doos met andere decoraties, een grote rode strik voor aan de deur waar de kerstkaarten aan komen te hangen. Kleine huisjes en een prachtig houten kerkje, ooit door mijn vader gemaakt. Achter de openingen is rood papier geplakt, erin een lampje waardoor een warme rode gloed door de raampjes schijnt. De kleine meid pakt verrukt de huisjes uit, er is een snoep-winkeltje versierd met kleine kerst-snoepjes, een bakkerij met in de etalage  lekkernijen en een huisje met een sneeuwpopje ervoor. Ze raakt niet uitgekeken. Samen bouwen we een dorpje, zij bepaalt waar de mooiste huisje komen te staan. En dan is het tijd voor de kerstboom, opa heeft er al een kruis onder geslagen en naar binnen gebracht. We hebben  een mooi plekje uitgezocht, niet in de buurt van de open haard want daardoor zou hij te snel uitdrogen. Het optuigen kan beginnen!

Al snel vult de geur van de boom de hele kamer en het enige nadeel weet ik ook meteen weer. Mijn handen plakken van de hars en dit keer laat ik dan ook het engelenhaar maar achterwege, misschien wel beter ook met de kleine meid in huis. Een paar uur later stap ik achteruit om de boom van een afstandje te bekijken, hij is geweldig! Het enige dat ik nog mis is een mooie piek. De oude is vorig jaar gesneuveld en na de kerst had ik geen zin meer om nog een nieuwe te kopen. Een snelle blik op de klok verteld me dat het nu geen zin meer heeft om nog naar de stad te gaan en er één te gaan  kopen. Morgen dan maar, als de wegen dan nog begaanbaar zijn want de sneeuw komt weer met bakken naar beneden!  De kleine meid zit op de grond te kleuren, haar tong tussen haar tanden. Het vuur in de open haard verspreid een heerlijke warmte en samen met de geur van de boom zorgt het ervoor dat er een heftig geluksgevoel mijn hart in stroomt. Het leven is mooi en dit soort momenten koester ik in mijn ziel.

's Avonds na het eten kruip ik met de kleine meid op de bank naast de kerstboom, ze mag blijven logeren en dat is altijd weer een feestje. “Oma, vertel jij een verhaaltje?” Als ik wil opstaan om het sprookjesboek uit de kast te pakken, houd ze me tegen. “Nee, géén verhaaltje uit een boek, je moet het verhaal van de sneeuwbol  vertellen”  Ik ken géén verhaaltje over de sneeuwbol..hoe komt ze daar nou bij?! Verbaasd vraag ik wat ze precies bedoelt. Met haar lieve bruine ogen kijkt ze me stralend aan en zegt; “Je weet wel oma, die mooie bol met dat liedje uit die mooie winkel!” Oh jee, nu moet ik mijn creativiteit aan gaan spreken en een verhaal over een sneeuwbol verzinnen! Ik begin en het verhaal vormt zich terwijl ik vertel, alsof iemand me de woorden zachtjes influistert:

“ Er was eens een klein meisje, in een land hier héél ver vandaan. Haar naam was Sarah en ze was heel gelukkig en blij. Ze woonde met haar ouders in een klein huisje aan de rand van het bos en elke morgen als ze wakker werd door het fluiten van de vogels, sprong ze uit bed om op haar blote voeten in het bedauwde gras te gaan springen. Maar op een ochtend floten de vogels niet en was het doodstil buiten. Toen ze naar buiten keek zag ze iets wat ze nog nooit gezien had, de hele wereld was wit! Het had gesneeuwd voor het eerst in haar leventje...of misschien had het wel eerder gesneeuwd maar wist ze het niet meer! Ze had geen idee wat dat witte spul was daarbuiten en zonder zich te bekommeren om de kou, opende ze de deur en stapte op haar blote voetjes naar buiten. Ze had alleen haar felrode nachtjaponnetje aan. Oei!! Dàt was koud!! Maar ook lekker zacht! Al gauw waren haar voetjes blauw van de kou maar omdat ze de sneeuw zó mooi vond wilde ze niet naar binnen, bang dat het strakjes weer weg zou zijn. Alle bomen, struiken en het gras waren bedekt met die dikke donzig witte deken en ze schepte handen vol op om het te voelen en te proeven...lachend gooide ze de sneeuw omhoog om met gesloten oogjes te genieten van de zachte tinteling op haar blozende wangetjes. Opeens hoort ze haar naam roepen, zachtjes alsof iemand héél ver weg is...”Sàràh...Sàràh!” Met haar hoofdje schuin probeert ze te horen waar het geluid vandaan komt en ze begint te lopen in de richting vanwaar het roepen komt. Haar blote voetjes laten diepe sporen achter in de sneeuw. Dieper steeds dieper loopt ze het bos in, eigenlijk mag ze niet zo ver van haar papa en mama!”

Genietend kruipt mijn eigen kleine meid dichter tegen me aan; “Sarah is dom hè oma, je moet niet op blote voeten naar buiten gaan!”  Ik lach naar haar en druk een kus op haar glanzende zwarte haartjes, snuif de geur op van babyshampoo en trek haar nog wat dichter tegen me aan. “Wil je niet eerst nog wat drinken voordat ik verder ga met het verhaal?” Ze schudt haar hoofdje “Nee, verder vertellen oma!!”

“Als Sarah achterom kijkt, kan ze haar huis al niet meer zien, toch loopt ze verder, steeds verder! De kou voelt ze niet meer, het lijkt wel of ze het juist steeds warmer krijgt! Weer hoort ze haar naam roepen maar deze keer veel dichter bij, ze is in het donkerste deel van het bos en de struiken staan dicht bij elkaar. Ze schramt haar beentjes aan de doorns van de braamstruiken maar ook daar voelt ze niks van. Dan komt ze op een open plek midden in het bos en daar op die open plek staat een prachtige kerstboom. Versierd met rode hulst-besjes en dikke sneeuwvlokken op de takken. Bovenop de boom straalt een gouden ster. Sarah's mondje valt open....”Oh, wat mooi!!” De boom baadt in het licht van die prachtige gouden ster en lokt haar dichterbij. Ze strekt haar handje uit om de takken aan te raken en precies op dat moment hoort ze prachtige muziek. Op de open plek verschijnen alle dieren die in het bos wonen; hertjes, konijntjes, eekhoorn's en ook de prachtige witte sneeuwuil die ze anders alleen maar hoort roepen. Ze gaan allemaal in een kring om de boom heen zitten en kijken Sarah aan, alsof ze ergens op wachten  Sarah hoort de prachtige betoverende muziek en danst om de boom heen, ze schopt de sneeuw hoog op en vangt de vlokken op in haar handen. Hijgend en warm van het dansen valt ze neer op de zachte sneeuw deken en doet even haar oogjes dicht. Ze valt in slaap. Na een tijdje wordt ze wakker, het is bijna donker en het sneeuwt intussen weer. Ze heeft het koud en ze heeft ook honger! Maar waar moet ze heen? Welke kant moet ze op? Alles lijkt op elkaar nu overal zo'n dikke witte sneeuw deken op ligt. Ze kan haar eigen voetsporen terug niet meer volgen omdat daar ook nieuwe sneeuw op gevallen is.

Wat Sarah niet weet is dat de kerstboom niet zómaar een kerstboom is! Het is de allereerste kerstboom en daardoor óók de aller oudste! Maar de boom is eenzaam, hij staat al honderden jaren in het bos, zonder gezelschap behalve de dieren. Hij verlangt naar de aandacht van een mensenkind,   naar oprechte liefde en blijdschap. Op een dag, heel lang geleden toen de boom nog jong was , daalde er een ster uit de hemel en ze lande precies op zijn top. De boom vond het geweldig, nu was hij een échte kerstboom! Maar nog steeds waren er geen mensen die hem konden zien, zolang hij daar eenzaam en alleen in het bos stond. De ster bedacht een plan, zij zou met haar stem een mensenkind lokken, die dan voor altijd bij de boom kon blijven. Daarna zou ze ervoor zorgen dat het kind nooit meer naar huis zou kunnen door een glazen bol om de boom heen te zetten, dan waren ze voor altijd samen. De ster verteld echter niet tegen de boom dat een ander mensenkind met een zuiver onschuldig hart, precies 50 jaar later de betovering zal kunnen verbreken.

Sarah kruipt weer onder de boom,  daar is het gelukkig droog en een beetje warm, misschien kan ze wat van de besjes eten en de sneeuw laten smelten in haar mond om te drinken. Uiteindelijk valt ze weer in slaap.”

Als ik opzij kijk, zie ik dat mijn kleine meid óók in slaap gevallen is. Haar wangen rozerood, haar lipjes iets geopend, de wimpers als zwarte franjes onder haar gesloten oogleden. Voorzichtig til ik haar op en draag haar naar bed. Als ik haar onder stop komt er een kleine glimlach om haar mond en hoor ik haar zachtjes mompelen. “Sarah”

woensdag 14 november 2012

De Sneeuwbol, deel 3


De sneeuwbol 3.

De dagen vliegen voorbij, het weer is wisselend 'winters' waardoor ik het gevoel van de naderende kerst steeds meer vorm voel krijgen. Gelukkig heb ik het druk, zodat ik nauwelijks tijd heb om aan de “sneeuwbol” te denken. Soms draai ik de radio wat harder als er een kerstliedje voorbij komt in de hoop het deuntje van de speeldoos te herkennen. Helaas...ik weet het nog steeds niet. Nog 1 week en dan is het kerst, het wordt hoog tijd dat ik de boom ga optuigen. Voor de zoveelste keer twijfel ik of ik de “neppert” van zolder ga halen of toch nóg één keer een échte koop. En dan natuurlijk géén Nordman want die ruiken nergens naar. Nee, dan moet het een échte spar zijn, die met de geur van hars en 'kerst' de kamer vult. Alleen zo jammer dat ze al maanden geleden gekapt zijn, de meeste geur is dan al verdwenen en als je pech hebt, staat er met een kerst een 'kale' boom.

Opeens rijpt er een plannetje in mijn hoofd, ik herinner me een kerst van lang geleden en ik kan een glimlach niet onderdrukken. Zestien was ik, we waren nét verhuisd vanuit het dorp naar een huis aan de rand van het bos. Mijn ouders zagen een lang gekoesterde droom in vervulling gaan, heerlijk vrij, géén buren en 's ochtends wakker worden met het geluid van ruisende bomen en kwetterende vogels. Zover was het nog niet, het was begin december en er waren nauwelijks vogels te bekennen om van het 'ruisende bladerdek' maar helemaal niet te spreken. Het huis grensde aan een perceel sparren die ooit gepoot waren met het doel om gekapt te worden, ze waren echter nooit gekapt en vormden een dicht bos met kleine en grote bomen. Elke dag wandelde ik met onze hond een rondje sparrenbos en rook de heerlijke geuren die opstegen vanuit de aarde en van de bomen. Tegen de tijd dat er aan een kerstboom gedacht werd had ik er al één uitgezocht. Het was wel een beetje groot exemplaar, te groot om in de huiskamer te plaatsen ondanks de 3 meter hoge plafonds. Maar de vorm was perfect, het leek wel een plaatje, mooi vol maar niet té, er moeten tenslotte wel ballen in kunnen. Om de boom te markeren had ik er een plastic zakje aan gebonden en die avond loodste ik mijn vader mee het bos in. Gewapend met een zaag en zaklamp speurden we naar “onze” boom. Door het opvallende witte zakje hadden we hem al snel gevonden maar....volgens mijn vader was hij minstens vijf meter hoog! Géén probleem vond ik, dan zagen we hem toch gewoon twee meter vanaf de grond om?! Het wàs de perfecte boom!

De boom was inderdaad een super exemplaar, hij geurde zoals een kerstboom hoort te ruiken, de naalden zaten muurvast en eenmaal opgetuigd was het de mooiste boom die we ooit gehad hadden. Dus...waarom zou ik geen “verse” boom gaan halen? Niet illegaal natuurlijk, er zijn genoeg plekken waar je zelf een boom kunt uitzoeken en kappen! Nu alleen mijn lief zover zien te krijgen dat hij met me mee gaat, híj was juist zo blij met die 'vouwboom'! Opeens schiet de sneeuwbol weer in mijn gedachten, de perfecte kleine kerstboom in het midden, de dwarrelende sneeuwvlokjes. Het bijbehorende deuntje tingelt weer door mijn hoofd! Wat raar toch, de afgelopen dagen had ik er nauwelijks meer aan gedacht maar door de herinnering aan die 'perfecte kerstboom' van toen, is ie weer terug. Alsof de weergoden mijn gedachten meegelezen hebben, veranderd de regen buiten in sneeuw, eerst natte maar inmiddels dikke witte vlokken. Oeps, dat gaat mijn lief niet leuk vinden, in de sneeuw een kerstboom zagen!

Het kost me enige overredingskracht maar uiteindelijk geeft hij toe, zoals altijd! En, zoals altijd, wil ik ook meteen gaan. De schemering is al vroeg ingevallen en het sneeuwt gestaag door. Gelukkig is het niet ver en is de weg nog redelijk berijdbaar, we glibberen een beetje over het dijkje maar komen veilig bij de kwekerij aan. De eigenaar is verbaasd dat we zo laat en met dit weer nog komen, hij schudt zijn grijze hoofd terwijl hij zijn rubber laarzen aantrekt. Met een blik op mijn lage damesschoenen zegt hij; “Blijf jij maar binnen bij de vrouw, dan zullen wij wel even een boompje halen”.  “Géén haar op mijn hoofd!!” Wat denkt die man wel, ik zoek zelf mijn boom uit...stel je voor dat ze met zo'n miezerig klein ding aankomen! De sneeuw knerpt onder mijn zolen als we de 'boomgaard' inlopen. Grote bomen, kleine bomen maar ook veel open plekken. Speurend loop ik tussen de sparretjes door op zoek naar de perfecte boom, zoals vele me al voor gegaan zijn. Zuchtend hobbelen de mannen achter me aan, helemaal naar het eind want daar ontwaar ik het perfecte silhouet van “de bóóm”.

Het is de perfecte boom! Door het laagje sneeuw op de takken is duidelijk de driehoekvorm te zien, deze moet het worden. De eigenaar van de kwekerij kijkt verbaasd van de boom naar mij en dan zegt hij, terwijl hij zich op het hoofd krabt; “ Je hebt er duidelijk oog voor!” “Vreemd dat niemand anders hem gezien heeft”. De boom wordt omgezaagd en afgerekend. Zie ik het nou goed? Het lijkt wel alsof er gouden sterretjes tussen de takken glinsteren? Met een intens tevreden gevoel rijden we huiswaarts en mijn “hubbie” neuriet een kerstliedje! Verhip, het is warempel het deuntje van de sneeuwbol! “Schatje, welk liedje “hum” je nou?” vraag ik. Hij kijkt me verbaasd aan; “Liedje?? Welk liedje??” Hij is zich er totaal niet van bewust dat hij neuriet......nou ja zég! Gelukkig heb ik mijn boom, mijn échte boom! Eenmaal thuis kan ik eigenlijk niet wachten om hem op te tuigen maar het is beter als ie eerst een nachtje kan acclimatiseren in de schuur, voordat we hem de warme huiskamer in brengen. Met een blij hart sta ik achter het fornuis, ik roer in de pannen en in gedachten ben ik al bezig met het kerstdiner. Ze komen allemaal thuis de kinderen! Dit jaar wil ik weer eens een ouderwetse kerst, met konijn en tutti frutti, zoals vroeger thuis! De voorgaande jaren maakte ik er maar een buffet van, we hebben geen plaats om met 20 mensen aan tafel te zitten. Dit jaar zijn het er “maar” veertien. Met wat knutselen en schuiven moet het toch lukken om met zijn allen gewoon aan tafel te eten. Dan kan ik eindelijk die prachtige damasten tafelkleden van mijn moeder gebruiken, sinds ik ze gekregen heb liggen ze te wachten op een moment als dit. Mijn moeder.....ze genoot nét zo van de kerst als ik. De voorbereidingen, het uitzoeken van cadeautjes, het huis in kerstsfeer brengen.

De herinneringen zijn nog “vers”, het verdriet en het gemis óók! Dit jaar wordt de derde kerst zonder haar. Ze zou genoten hebben van deze witte wonderwereld, haar laatste kerst was helaas niet wit! We wisten allemaal dat een volgende kerst er niet meer in zou zitten en toch blijf je hopen, tegen beter weten in! Ergens in mijn binnenste huilt een kind, ze kruipt in een klein donker hoekje waar niemand haar ziet. Het heeft geen zin om te huilen, tranen brengen geen verlichting en de pijn wordt er ook niet minder door. Snel probeer ik mezelf op andere gedachten te brengen en ik ben blij als één van de jongens de keuken binnenkomt en vraagt wanneer we gaan eten.

Aan tafel vertel ik dat we dit jaar weer eens een échte boom hebben, ze zijn enthousiast. Een neppert is makkelijk en altijd perfect van vorm maar een échte boom is toch wel het beste! De sneeuwbol verdwijnt naar de achtergrond van mijn bewustzijn, eerst maar die boom optuigen.....

 Die nacht kan ik de slaap niet vatten. Ik staar naar het plafond en bedenk welke kerstspullen ik zal gebruiken om de boom te versieren. Ik heb genoeg om minstens drie bomen op te tuigen! Na verloop van tijd vallen mijn ogen toch dicht, ik merk dan ook niet dat de slaapkamer zich langzaam vult met gouden schittertjes die dansen in het licht van een  verdwaalde manenstraal.

dinsdag 13 november 2012

De Sneeuwbol, deel 2


De sneeuwbol 2

Eenmaal thuis probeer ik de sneeuwbol uit mijn gedachten te zetten. Het pakje met de tweede keus staat naast de open haard geduldig te wachten tot de kleine meid komt. Tijdens het koken tingelt het irritante deuntje door mijn hoofd en steeds als ik meen te weten welk liedje het is, glipt het weer terug in de krochten van mijn geheugen. Onder het eten vertel ik mijn man over de bijzondere vondst, zowel het winkeltje als de bol laten me maar niet los.

Die nacht slaap ik slecht, mijn dromen worden verstoord door een liedje wat ik maar niet kan benoemen en dwarrelende sneeuwvlokken die dansen rond een kleine dennenboom. Uiteindelijk val ik in een diepe slaap om gewekt te worden door een kleine hand op mijn gezicht en een kinderstemmetje dat zegt; “Oma, ben je wakker?  Ik heb het kadootje gevonden hoor!!” Met een schok schiet ik overeind om tot de conclusie te komen dat ik alweer gedroomd heb, het is immers zondag en de kleine komt maandag pas. Verdomme, wat is dat toch! De hele zondag plopt om de haverklap die vermaledijde bol weer in mijn gedachten en uiteindelijk bel ik mijn dochter op. Zij werkt in die stad op een steenworp afstand van het winkeltje. Ik vertel haar het verhaal en vraag haar of ze alsjeblieft maandag die bol wil gaan halen. Die vijftig euro kan me niks meer schelen, ik moet dat ding hebben!! Ze reageert verbaasd, ze kan zich niet herinneren dat op de door mij aangeduide plek, een winkeltje zit. Ze belooft me echter te gaan kijken. Dan pas heb ik rust. Die nacht droom ik van mijn kleindochter, ze danst in een prachtige rode trui rond een kleine versierde kerstboom. Haar ogen stralen en ze wenkt me om mee te dansen.

Op maandagochtend wacht ik ongeduldig op de komst van de kleine meid, de meeste sneeuw is gelukkig gesmolten en de wegen zijn weer goed begaanbaar. Zodra ik haar stemmetje hoor loop ik naar de deur om hem open te doen, ik kan niet wachten om haar het kadootje te geven en die mooie bruine ogen te zien stralen. Opgetogen loopt ze over het tuinpad en ik vang haar in mijn armen. Met mijn warme gezicht tegen haar koele frisse haren, fluister ik dat er een klein pakje op haar ligt te wachten naast de open haard. Meteen worstelt ze zich los en huppelt naar binnen om het pakje van papier te ontdoen. Haar reactie verbaasd me; “Oma ...dit is niet de goede!! Sinterklaas heeft de verkeerde meegebracht, het moest die grote zijn met die kerstboom en met muziek!” Mijn mond valt open en ik draai me om naar haar moeder die me vragend aankijkt. “Wat bedoelt ze?” Ik neem haar even apart en vertel haar van mijn avontuur op zaterdag, over de prachtige sneeuwbol in het bijzondere kerstwinkeltje. Dat ik hem bijna had gekocht en dat ik al twee nachten van die bol droom. Over het deuntje dat maar niet uit mijn hoofd wil verdwijnen. Ze kijkt me alleen maar aan.

De hele ochtend wacht ik ongedurig op het telefoontje van mijn dochter, ik hoop zo dat de bol nog niet verkocht is! Eindelijk om half twee gaat de telefoon; “Mam, met mij. Sorry hoor maar op de plek die jij uitgelegd hebt, zit géén winkeltje!” Met andere woorden ze heeft de bol niet kunnen kopen. Ik snap er geen fluit van. Zou ze soms in een verkeerde straat gezocht hebben?  Dat is bijna niet mogelijk, de winkelstraat heeft slechts één zijstraat en dat was degene waar ik het winkeltje gevonden heb. De hele middag moet ik eraan denken en ik ben bijna in staat om mijn kleindochter in te laden en opnieuw naar de stad te rijden. Maar ergens heb ik het gevoel dat ik dat winkeltje ook niet ga vinden. En zo sukkelt de dag op zijn eind, mijn kleindochter speelt en betrekt me regelmatig bij haar spel maar op één of andere manier ben ik er niet bij. Als haar moeder haar op komt halen fluistert ze in mijn oor; “Oma, ga jij die andere bol nog kopen? Dat moet hoor, die is voor mij!” Voor ik de woorden in kan slikken, hoor ik mezelf zeggen; “Natuurlijk lieverd, oma gaat die bol voor je halen, al moet ik ervoor naar het einde van de wereld!” Ik geef haar een dikke kus en neem afscheid. Die avond en nacht zijn een herhaling van de vorigen. Ik droom van mijn kleindochter dansend om de kleine kerstboom, verrukt met haar handjes grijpend naar de dwarrelende sneeuwvolkjes. In deze droom schittert de boom nog meer dan anders...de gouden ster fonkelt en vangt lichtstralen die duizendvoudig weerkaatst worden.

De dinsdag verloopt zonder noemenswaardige gebeurtenissen, een telefoontje van mijn vriendin en verder niks spectaculairs. Ik voel me vreemd ongedurig, niets kan mijn aandacht langer dan een paar minuten vasthouden. Ik probeer te lezen, tv te kijken, iets te doen op de pc maar steeds opnieuw dwalen mijn gedachten naar de bol. In mijn verbeelding wordt ie steeds mooier en groter en gaat de hele gebeurtenis steeds meer op een droom lijken. Zou ik soms alles gedroomd hebben? Maar dan herinner ik me de reactie van mijn kleindochter toen ze haar pakje uitpakte en de kleine sneeuwbol in haar handen hield. “Néé, ik heb het niet gedroomd!!” Na een blik op de klok realiseer ik me dat ik nog anderhalf uur de tijd heb voordat de winkels sluiten. “Zal ik??” Ik neem een besluit, pak mijn jas, sleutels en trek de voordeur achter me dicht. Ik ga terug...ik moet en zal die bol hebben!

Het is druk, natuurlijk...iedereen is op weg naar huis. De avondschemering valt al in en boven de velden hangen lage mistbanken, flarden ervan zweven als spookachtige gestalten in het licht van mijn koplampen. Eigenlijk ben ik hartstikke gek dat ik nu weer naar de stad rij, alleen maar voor die bol. De jongens komen zo thuis na een dag hard werken en verwachten een warme hap. `Mens, waar ben je mee bezig!`
Na een half uur draai ik de parkeerplaats op en zoals gebruikelijk om deze tijd, zijn er meer lege dan volle vakken. Gehaast grijp ik mijn tas en zonder mijn auto af te sluiten, loop ik naar de winkelstraat. De mist die daarstraks slechts boven de velden aanwezig was, begint hier al dikker te worden. De straatlantaarns lijken omhuld door watten, het licht blijft zwak en gelig vér boven de grond steken. Mijn voetstappen klinken gedempt op de nog halfbevroren sneeuw. Na ongeveer de halve winkelstraat te hebben afgelegd begrijp ik dat ik het zijstraatje voorbij ben gelopen en ik keer op mijn schreden terug. `Ahh eindelijk, daar is het!!`  Ik sla af en tuur door de mistdruppels of ik de etalage van de kleine kerstwinkel zie oplichten. Als ik aan het einde van het straatje ben, besef ik dat ik de winkel voorbij gelopen moet zijn, opnieuw leg ik de route af maar ik zie géén etalage! Op de plek waar ik dacht dat de winkel zou zijn, is slechts een normaal woonhuis, de ramen zijn nog donker, de bewoners niet thuis. Vertwijfeld vraag ik me nu toch écht af of ik kierewiet aan het worden ben.

Op dat moment floepen de lichten in het pand waar ik voor sta, aan. De bewoners zijn zeker toch thuis. Ik zie een silhouet achter één van de ramen en zou toch zweren dat het de vrouw uit het winkeltje is!! “Zal ik aanbellen?” Weifelend hangt mijn hand voor de bel om dan uiteindelijk toch maar niet te drukken. “Wat moet ik zeggen?” Ik draai me op mijn hakken om en vervolg mijn wazige weg terug naar de auto.

maandag 12 november 2012

De Sneeuwbol ( een kerstverhaal in vijf delen)


Een wintervertelling, `De Sneeuwbol`


“Getver, wat is het koud!” De noord-oostenwind snijd met felle vlagen dwars door mijn omgeslagen sjaal, mijn oren tintelen al.  Met stijve vingers van de kou en het krabben van de autoruiten, probeer ik mijn sleutel in het slot van het portier te wurmen. Na twee pogingen geef ik het op, bevroren! Gelukkig heb ik deze keer het flesje slot-ontdooier in mijn tas en niet in het dashboardkastje van mijn auto liggen! Twee keer prutsen later kan ik eindelijk de auto-deur openen. De loodgrijze lucht voorspelt eigenlijk niet veel goeds, dat wordt sneeuw ruimen! Toch wil ik nog snel even naar de stad om een schoenkadootje voor onze kleindochter te halen. Nog één keer dat snuitje zien als er een pakje bij de open haard ligt, de verrassing, de verwondering...maandag is het weer voorbij, dan vertrekt de Sint weer naar Spanje en komt de kerstversiering weer tevoorschijn. Inmiddels zijn mijn ruiten aan de binnenkant ook ontdooit en is de temperatuur in de auto aangenaam, ik kan mijn sjaal weer afdoen. Ik mag trouwens wel opschieten, het loopt tegen drieën en om vijf uur sluiten de winkels hun deuren. Als ik de snelweg opdraai, dwarrelen de eerste sneeuwvlokjes naar beneden.

Nog voor ik vijf kilometer verder ben, zijn de kleine vlokjes veranderd in grote vlokken die, mede door de harde wind, als een woedende zwerm bijen tegen mijn voorruit kletsen, de ruitenwissers draaien overuren. Al snel is het zwarte asfalt veranderd in een wit lint waar slechts een enkel spoor in gereden is. De meeste mensen zagen dit weer aankomen en hebben besloten thuis te blijven, op een enkele idioot na.....Dankzij de vooruitziende blik van mijn echtgenoot heb ik winterbanden onder mijn autootje en is het rijden minder glibberig dan ik verwacht, na een klein halfuur ontwaar ik de borden dat ik de afslag nader.  Een groot voordeel van dit weer en het late tijdstip is, dat ik nauwelijks moeite hoef te doen om een parkeerplaats te vinden dichtbij het centrum. Zodra ik het portier van mijn auto open, rukt de wind het bijna uit mijn handen en prikken de sneeuwvlokken in mijn gezicht. Snel wikkel ik de sjaal weer rond mijn gezicht, alleen de ogen vrijgelaten...wel zo makkelijk als ik nog een beetje kan zien waar ik loop, correctie...glibber!

De winkelstraat ziet er verlaten uit, ondanks de uitnodigende etalages en feestverlichting.  De wind heeft vrij spel in de brede straat en jaagt de sneeuw op hopen, de vlokken draaiend als ballet-danseresjes.  Ik zet snel koers richting speelgoedwinkel, helaas, ondanks het feit dat alle lampen nog aan zijn, is de deur op slot. Wat nu? Ik herinner me dat er aan het einde van de winkelstraat nóg een winkel is waar speelgoed verkocht wordt en trotseer de harde wind en de jagende sneeuwvlokken, in de hoop dat ze daar niet vervroegd gesloten zijn. Onderweg kom ik nog een enkeling tegen die, nét als ik, op jacht is naar wat verlate Sint-kado's of misschien gewoon onderweg naar huis is. Het lijkt wel alsof de vlokken steeds dikker worden want ik kan nauwelijks een meter voor me uit kijken, de voorkant van mijn jas is al helemaal wit en mijn adem doet de sneeuw op mijn sjaal smelten. Voorover gebogen worstel ik me tegen de wind in naar het einde van de straat als ik links van mij opeens in een smal zijstraatje een helder verlichte etalage ontwaar. Ik herinner me niet dat er in dit straatje een winkel zit maar misschien heb ik er ook nooit écht op gelet.

De etalage ligt vol met kleurige kerstversiering , ik besluit om naar binnen te gaan. Bij het openen van de deur, klinkt een helder belletje en als ik omhoog kijk zie ik een ouderwetse winkelbel van koper, blinkend gepoetst. De warmte binnen is bijna nét zo overweldigend als het assortiment kerstballen en al snel drupt de gesmolten sneeuw van mijn jas en schoenen, om in kleine plasjes op de houten vloer te belanden. Mijn ogen dwalen over de uitgestalde pracht, kerstversiering die ik alleen nog vanuit mijn jeugd herken. Paddenstoelen van glas, rood met witte stipjes. Kerkjes en huisjes, gedecoreerd met glinsterende sneeuwvlokjes. Kleine belletjes in pasteltinten met échte klepeltjes, zodat ze bij het aanraken van de kerstboom hun klingelende toontjes laten horen. Gazen engeltjes met tere vleugels alsof ze rechtstreeks vanuit de hemel neergedaald zijn.

Achterin de winkel ontdek ik een kleine toonbank waarnaast een “juffrouw” staat, ze kan zó uit een jaren zestig modeblad zijn weggelopen! Haar kastanjebruine haar opgestoken in een “Grace-Kelly rol”, het twinset in een cognac bruine tint op een pepita-ruitje kokerrok. Op e.o.a. manier doet ze me aan mijn moeder denken, de kleding, de haardracht. Ik schud mijn hoofd: “Doe niet zo raar!” Ze kijkt me vriendelijk aan en knikt ter begroeting. Ik wandel de winkel rond die verrassend ruim is, groter dan je zou vermoeden achter het kleine etalageraam. Één wand van het pand is volledig ingenomen door een verzameling kerststallen. Van miniatuur, formaat luciferdoosje, tot levensgroot. De kerstgroepen zijn prachtig om te zien. Maar onherroepelijk wordt mijn blik naar een tafel getrokken waarop  sneeuwbollen staan. Zo'n grote verscheidenheid heb ik nog nooit gezien! Voorzichtig, om niets om te stoten, reik ik met mijn hand naar de grootste bol die op het midden van de tafel staat. Hij is zeker de maat van een flinke kokosnoot. Meteen staat de winkeljuffrouw naast me en met een zachte lispelende stem bied ze aan om de bol voor me te pakken. Ik knik.
Met  haar zorgvuldig gemanicuurde handen, zonder ringen, pakt ze voorzichtig de grote glazen bol en tilt hem, met een eerbiedige zwaai, over de andere bollen heen. Mijn ogen volgen de bol onafgebroken. Hij glanst en schittert in het heldere licht.

In het midden van de bol staat slechts een enkele kerstboom, gedetailleerd tot in de kleinste finesses. Bovenop de top, een ster van goud. Door de beweging dwarrelen al enkele sneeuwvlokjes rond de takken van het boompje, waar ze blijven liggen als een belofte van wat komen gaat. Het voetstuk waarop de bol geplaatst is, is eenvoudig van glanzend gepolijst hout waaruit een koperen sleuteltje steekt. De vrouw draait aan het sleuteltje en dan vult een ijl deuntje de winkelruimte, het boompje draait traag rond en de vlokjes bewegen mee totdat de bol gevuld is met een werveling van wit. Ademloos kijk ik toe, terwijl aan de rand van mijn geheugen de herkenning zweeft.
“Dat deuntje heb ik ooit eerder gehoord!”
De vrouw kijkt me glimlachend aan en zegt; “Zal ik hem voor u inpakken?”
Bijna zeg ik “Ja” maar dan bedenk ik opeens dat ik niet weet wat de sneeuwbol kost en ik vraag haar naar de prijs. Vijftig euro!! Dàt is vér boven mijn budget, ik had zo'n beetje in de richting van tien euro gedacht, dat vind ik meer dan genoeg voor een klein kadootje. Ik schud mijn hoofd; “Nee dank u, ik ben op zoek naar een kleinigheidje voor mijn kleindochter en dit is te duur”

De eerst zo vriendelijke uitdrukking op haar gezicht verdwijnt en haar ogen zijn opeens een tint donkerder. “Weet u het zeker? Dit is het perfecte kado voor uw kleindochter!”
“Ja, ik weet het zeker!”
Mijn ogen dwalen weer over de schappen gevuld met prachtige kerstballen, stalletjes en huisjes om dan weer terug te keren naar de tafel met sneeuwbollen. Er staan ook kleinere exemplaren, zéker zo leuk, gevuld met kleine tafereeltjes die elk kind zullen aanspreken. Ik kies er één uit die, weliswaar niet zo'n mooi muziekdoosje heeft, maar toch leuk genoeg is om als schoenkadootje te fungeren. Bij het afrekenen twijfel ik nog steeds maar een blik in mijn bijna lege portemonnee is genoeg om de twijfel uit te bannen. Ik pak het briefje van tien euro en wacht op mijn wisselgeld. De juffrouw pakt het doosje zorgvuldig in en overhandigd me het pakketje met een nors gebaar. “Prettige feestdagen!” kan er nog nét af. Bij het verlaten van de winkel kijk ik nog één keer naar de prachtige bol, het lijkt wel alsof hij helderder is dan al die andere bollen, als een stralend middelpunt trekt hij alle belangstelling naar zich toe, de laatste tonen van het deuntje klinken als ik de deur achter me dichttrek.


OokInmiddels is het helemaal donker buiten, de wind is nog even koud als eerder maar de sneeuw valt in minder dikke vlokken. Ik haast me naar de auto om de rit huiswaarts te gaan maken. Steeds opnieuw dwalen mijn gedachten naar de prachtige sneeuwbol, waardoor ik de kou en de gladheid niet opmerk. Ik lijk wel betoverd!